09/07/2026
Hier is de blogtekst, met de extra praktijkervaring over aangifte en afschrift van de aangifte verwerkt.
Seksueel geweld begint niet pas in de rechtszaal — het begint vaak al bij de balie van het politiebureau
Een vrouw die aangifte wil doen van seksueel geweld, moet niet eerst bewijzen dat zij het “perfecte slachtoffer” is. Toch gebeurt precies dat nog te vaak. Niet alleen in Italië, waar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens opnieuw hard heeft ingegrepen, maar ook in Nederland.
Slachtoffers krijgen te horen dat zij en de verdachte “twee volwassenen” zijn. Dat zij elkaar kenden. Dat er “te weinig bewijs” zou zijn. Of dat WhatsApp-berichten, terwijl die juist duidelijke aanknopingspunten bieden voor nader onderzoek, kennelijk niet genoeg zijn om de zaak serieus op te pakken.
Dat is geen formaliteit. Dat is rechtsbescherming die al bij de voordeur hapert.
Het EHRM: seksueel geweld mag niet worden beoordeeld door een stereotiepe bril
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft Italië veroordeeld omdat de autoriteiten onvoldoende bescherming boden aan een vrouw die seksueel geweld en mishandeling meldde. In de zaak waarover recent werd bericht, moest Italië ongeveer € 60.000 betalen omdat de autoriteiten de klachten onvoldoende serieus behandelden en seksistische redeneringen een rol speelden in de beoordeling. (The Guardian)
Die uitspraak staat niet op zichzelf. In J.L. tegen Italië oordeelde het EHRM al eerder dat de Italiaanse rechterlijke beoordeling van een groepsverkrachtingszaak problematisch was, omdat daarin opmerkingen voorkwamen over onder meer het gedrag, de seksualiteit en de persoonlijke keuzes van het slachtoffer. Volgens het Hof kunnen zulke redeneringen bestaande vooroordelen over vrouwen versterken en effectieve bescherming tegen gendergerelateerd geweld ondermijnen. (HUDOC)
De kern is helder: rechters, officieren van justitie en politie mogen zich niet laten leiden door het idee dat een “echt slachtoffer” zich op één bepaalde manier gedraagt. Niet iedere vrouw schreeuwt. Niet iedere vrouw vlucht. Niet iedere vrouw doet direct aangifte. Niet iedere vrouw verbreekt meteen alle contact. En geen van die omstandigheden maakt seksueel geweld minder ernstig.
Ook Nederland moet in de spiegel kijken
Het is makkelijk om naar Italië te wijzen. Maar wie in Nederland slachtoffers van seksueel misbruik of seksueel geweld bijstaat, weet dat ook hier de praktijk weerbarstig is.
Cliënten wenden zich met dit probleem tot mij. Zij willen aangifte doen, maar lopen vast op een systeem dat soms eerder lijkt te ontmoedigen dan te onderzoeken. De politie geeft lang niet altijd een afschrift van de aangifte mee. Vervolgens moet de advocaat moeite doen om die aangifte alsnog te verkrijgen.
Dat is onnodig belastend voor slachtoffers. Een aangeefster heeft er belang bij om te weten wat er precies is vastgelegd. Wat is wel opgenomen? Wat ontbreekt? Zijn WhatsApp-berichten benoemd? Is de context goed weergegeven? Zijn signalen van dwang, afhankelijkheid, angst of bevriezing zorgvuldig genoteerd?
Juist in zedenzaken is de eerste vastlegging vaak van groot belang. Als die onvolledig, slordig of te beperkt is, kan dat later enorme gevolgen hebben voor de beoordeling van de zaak.
Een afschrift van de aangifte zou standaard moeten zijn
Het zou uitgangspunt moeten zijn dat aangeefsters op verzoek een afschrift van hun aangifte meekrijgen. Niet pas na aandringen. Niet pas nadat een advocaat zich ermee bemoeit. Niet pas nadat het slachtoffer opnieuw moet uitleggen waarom zij dat nodig heeft.
Transparantie is geen gunst. Het is onderdeel van een zorgvuldige strafrechtspleging.
Natuurlijk kunnen er omstandigheden zijn waarin bepaalde informatie tijdelijk moet worden afgeschermd vanwege het onderzoek. Maar dat mag geen automatisme worden waarmee slachtoffers buiten hun eigen zaak worden gehouden. Zeker niet wanneer zij degene zijn die de stap hebben gezet om naar de politie te gaan.
Wie slachtoffers serieus neemt, geeft hun ook toegang tot hun eigen verklaring.
Bewijsproblemen mogen geen excuus worden voor passiviteit
In zedenzaken is bewijs vaak complex. Dat is waar. Maar complex bewijs is iets anders dan geen bewijs.
WhatsApp-berichten, spraakberichten, locatiegegevens, verklaringen van derden, medische informatie, eerdere meldingen, gedrag na het incident en de relatie tussen slachtoffer en verdachte kunnen allemaal relevant zijn. Het strafrecht vraagt onderzoek. Geen reflexmatige afwijzing.
Wanneer een vrouw naar huis wordt gestuurd met de boodschap dat het “moeilijk bewijsbaar” is, terwijl er concrete aanknopingspunten zijn, wordt het probleem verplaatst naar het slachtoffer. Zij moet dan vechten om überhaupt gehoord te worden.
Dat is precies het risico waar het EHRM voor waarschuwt: secundaire victimisatie. Het slachtoffer wordt niet alleen geconfronteerd met het oorspronkelijke geweld, maar ook met een systeem dat haar geloofwaardigheid voortdurend ter discussie stelt.
De nieuwe Nederlandse zedenwet is geen eindpunt
Sinds 1 juli 2024 geldt in Nederland de nieuwe Wet seksuele misdrijven. Die wet legt meer nadruk op vrijwilligheid, gelijkwaardigheid en het ontbreken van instemming. Dat is een belangrijke stap. De overheid benadrukt dat seksueel contact strafbaar kan zijn wanneer iemand weet of had moeten weten dat de ander niet wil. (Consilium)
Maar een nieuwe wet verandert niet automatisch de cultuur in de praktijk.
De vraag is niet alleen wat er in het Wetboek van Strafrecht staat. De vraag is ook hoe politiemedewerkers, officieren van justitie en rechters luisteren. Welke aannames nemen zij mee? Welke vragen stellen zij? Welke signalen herkennen zij? En hoe snel wordt een slachtoffer toch weer beoordeeld op gedrag dat achteraf “onlogisch” zou zijn?
Een moderne zedenwet heeft weinig waarde als oude denkbeelden blijven bepalen of een aangifte serieus wordt genomen.
De echte toets: geloven we slachtoffers genoeg om onderzoek te doen?
Niemand zegt dat iedere aangifte automatisch tot een veroordeling moet leiden. Ook verdachten hebben rechten. De onschuldpresumptie is essentieel.
Maar dat is niet hetzelfde als een slachtoffer al aan de voorkant ontmoedigen, wegsturen of impliciet wantrouwen. De rechtsstaat moet beide kunnen: zorgvuldig omgaan met de rechten van de verdachte én slachtoffers serieus nemen vanaf het eerste contactmoment.
De uitspraak van het EHRM is daarom ook voor Nederland relevant. Zij herinnert ons eraan dat seksueel geweld niet alleen juridisch wordt beoordeeld, maar ook cultureel. In de woorden die worden gekozen. In de vragen die worden gesteld. In de houding aan de balie. In de bereidheid om bewijs daadwerkelijk te onderzoeken.
Een rechtsstaat die slachtoffers van seksueel geweld serieus neemt, vraagt niet eerst of zij wel aan het stereotype voldoen.
Die vraagt: wat is er gebeurd, wat is er nodig en hoe zorgen we dat deze zaak zorgvuldig wordt onderzocht?
Juridische disclaimer
Deze blog is bedoeld als algemene juridische en maatschappelijke reflectie en vormt geen individueel juridisch advies. Iedere zaak is afhankelijk van de concrete feiten, beschikbare bewijsmiddelen en procespositie. Wie te maken heeft met seksueel geweld, seksueel misbruik of problemen rond het doen van aangifte, doet er verstandig aan tijdig juridisch advies in te winnen.