04/04/2025
Beste mr. Spong,
Als uw collega in de advocatuur, en tevens als therapeut, voel ik de dringende behoefte te reageren op uw recente uitlatingen over de reacties van vrouwen in situaties van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Uw woorden, waarin u stelt dat vrouwen zich 'makkelijk laten verkrachten' en onvoldoende weerbaar zouden zijn, resoneren pijnlijk in beide domeinen waarin ik werkzaam ben.
Vanuit mijn juridische achtergrond deel ik ongetwijfeld uw overtuiging dat daders van seksuele misdrijven ten volle verantwoordelijk gehouden moeten worden. Echter, uw analyse van de reactie van slachtoffers in het moment zelf lijkt een fundamenteel misverstand te bevatten van de psychologische processen die in zulke angstaanjagende situaties spelen.
Juist in mijn werk als therapeut zie ik dagelijks de complexe realiteit van trauma. Wanneer iemand geconfronteerd wordt met seksueel geweld, is er zelden sprake van een rationele afweging. Het lichaam en de geest reageren instinctief op een overweldigende bedreiging. Naast de bekende 'vecht- of vlucht'-respons, is de 'bevries'-reactie minstens zo frequent, waarbij het lichaam letterlijk verlamt van angst. Dit is geen teken van willoosheid, mijnheer Spong, maar een biologische overlevingsstrategie. Hetzelfde geldt voor de 'onderwerpings'-reactie, waarbij iemand probeert de agressor te kalmeren om erger te voorkomen. Deze reacties zijn geen bewuste keuzes, maar diepgewortelde reflexen in het aangezicht van extreem gevaar.
Uw suggestie dat slachtoffers 'te snel opgeven' of 'niet hard genoeg vechten' is niet alleen ongevoelig, maar potentieel schadelijk. Het kan leiden tot nog meer schuld- en schaamtegevoelens bij hen die al een traumatische ervaring proberen te verwerken. Het impliceert dat zij zelf medeplichtig zouden zijn aan het misbruik, een gedachte die haaks staat op het fundamentele principe dat de verantwoordelijkheid volledig bij de dader ligt.
Als advocaat bent u ongetwijfeld bekend met de complexiteit van het bewijsrecht en het cruciale belang van de emotionele staat van een getuige. Hoe denkt u dat uw woorden resoneren bij vrouwen die de moed hebben gehad om aangifte te doen, maar die zich mogelijk schamen voor hun reactie tijdens het misbruik? Ondermijnt u met deze uitspraken niet juist de positie van slachtoffers in de rechtszaal?
Mijnheer Spong, ik roep u op om uw perspectief te verbreden en kennis te nemen van de psychologische mechanismen die een rol spelen bij seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het is van essentieel belang dat wij als professionals in het recht en in de hulpverlening een genuanceerd en empathisch beeld hebben van de impact van trauma. Alleen dan kunnen we werkelijk recht doen aan de slachtoffers en bijdragen aan een samenleving waarin zij gehoord, geloofd en ondersteund worden in hun vaak lange en moeilijke herstelproces.
Met respect, maar met een duidelijke boodschap,
Uw collega en medestander in de strijd voor rechtvaardigheid en welzijn.