BTHadvocaten

BTHadvocaten Advocatenkantoor voor familierecht, strafrecht, arbeidsrecht, huurrecht, ondernemingsrecht, incassozaken. En voor mediation (bemiddeling).

Ons kantoor richt zich met name op particulieren en het midden- en kleinbedrijf. Wij werken ook op basis van gefinancierde rechtshulp. Het is altijd mogelijk om in een oriënterend gesprek met een advocaat eerst eens te kijken of het klikt. Daarbij is het ook mogelijk om in sommige zaken gelijk al een kant en klaar advies te ontvangen. In zo'n geval hanteren wij een sterk gematigd tarief. Momenteel

bestaat het kantoor uit vijf advocaten. Met z'n vijven bestrijken we een breed gebied. Onze kracht ligt bij het familierecht (echtscheidingen, alimentatiekwesties, omgangsregelingen, bijstand bij ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen, erfrechtelijke geschillen ect), het strafrecht (wij treden op voor verdachten maar ook voor slachtoffers in een strafzaak), het arbeidsrecht (ontslagkwesties e.d.), huurrecht (veel procedures op het gebied van ontbindingen van huurovereenkomsten van zowel woonruimte als bedrijfsruimte, advisering op het gebied van huurovereenkomsten van onroerend goed), ondernemingsrecht (allerlei problemen waar de ondernemer in het midden- en kleinbedrijf mee te mee te maken krijgt), incassozaken. En ook voor mediation (bemiddeling) kunt u bij ons terecht.

08/09/2022

Zijn prinsesje

Voor mij de drie rechters. Direct naast mij, aan mijn rechterkant, mijn cliënt. Daarnaast de tolk en helemaal aan het eind van de tafel de pleegmoeder. Aan de tafel aan de andere kant, de linkerkant, achtereenvolgens de jurist van Jeugdzorg, de gedragsdeskundige van Jeugdzorg, de gezinsvoogd van Jeugdzorg en tenslotte de vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming. Omdat er niet genoeg ruimte meer was aan deze tafel zitten de mevrouw van Pleegzorg en nog een vierde mevrouw van Jeugdzorg op de verder lege publieke tribune. In de rechtszaal drie mannen (mijn cliënt, de tolk en ik). Verder uitsluitend vrouwen. Tien vrouwen tel ik.

Vorige week hebben we deze zaak ook al behandeld. Toen heb ik zo’n stennis gemaakt dat de toen enkelvoudige rechter de zaak naar de meervoudige familiekamer heeft verwezen. Dat had ik ook al gedaan begin dit jaar, die stennis, toen er ineens een perspectiefbesluit bleek te zijn waarin was bepaald dat het perspectief niet meer bij de ouders zou liggen maar bij de pleegouders. De ouders zouden het gezag over hun kind verliezen en het kind zou in feite voor altijd in het pleeggezin blijven. Dat had Pleegzorg uitgerekend met behulp van de ‘Perspectiefboog’. Echter Jeugdzorg was vergeten mij dit stuk toe te zenden voorafgaand aan de zitting, toen in januari. Dit leidde er toe dat de zaak in februari opnieuw behandeld moest worden, hetgeen mij de tijd gaf om een vernietigende reactie op dit stuk op papier te zetten. En op zitting er nog eens overheen. Niets te verliezen meer. Geen tijd meer om aardig en voorzichtig te doen. Na al die jaren. Met succes, want de rechter ging nu eens niet mee met de deskundigen van de Raad voor Kinderbescherming en Jeugdzorg. De vertegenwoordigers van Jeugdzorg waren wat beduusd. Zij moesten van de rechter gaan onderzoeken waarom mijn cliënt (de vader) niet gewoon zelf zijn kind kon opvoeden. Hij had immers een vrouw, een baan, een woning, rookte niet, dronk niet, had geen schulden, geen strafblad en een zoon van inmiddels bijna drie met wie het uitstekend ging zonder hulp van welke instantie dan ook. Waarom zou hij zijn dochter van vier dan niet kunnen opvoeden?
Op een dag in maart 2019 kwam mijn cliënt thuis. Zijn vrouw was weg en de baby ook. Op de grond in de keuken lagen wat afgeknipte haren. Bij de politie kreeg mijn cliënt te horen dat zijn vrouw naar een geheime locatie was gebracht. Zij had aan de politie een verhaal verteld over mishandeling en verkrachting door haar echtgenoot. Kort daarna kwam mijn cliënt bij mij op bezoek en een maand later stonden we voor het eerst bij de rechter. De baby moest terug naar mijn cliënt. Dat was wat ik aan de rechtbank had verzocht. In 2018 was moeder er ook al eens met de baby vandoor gegaan waarna zij door de politie een park was aangetroffen met verderop in de bosjes de man met wie zij er vandoor wilde gaan.

De zaak werd onderzocht door Jeugdzorg en vastgesteld werd dat mijn cliënt heel goed in staat was om de baby liefdevol te verzorgen. De baby ging naar hem terug en de moeder mocht niet zonder toezicht bij de baby. Dat was toen.
De moeder kwam op de zitting voorlopige voorziening met een verweer dat er op neerkwam dat zij dagelijks verkracht en mishandeld werd door mijn cliënt en dat zij zich ook nog eens voor mijn cliënt moest prostitueren. Een verhaal dat goed genoeg was om een verblijfsvergunning te krijgen als slachtoffer van mensenhandel (B8 status).Verder zou zij in Spanje nog bevallen zijn van een drieling en een tweeling maar die zouden, afhankelijk van de versie die zij vertelde, zijn omgekomen bij een auto-ongeluk in Spanje, bij de grootouders in Marokko verblijven of helemaal niet geboren zijn in verband met een abortus waartoe zijn door mijn cliënt gedwongen zou zijn.

De Raad voor Kinderbescherming vond dat allemaal zorgwekkend en meende dat het kind voorlopig veilig zat bij moeder in het geheime opvanghuis en dat de zaak eerst onderzocht moest worden alvorens een beslissing te nemen op het verzoek van mijn cliënt om zijn dochter terug te krijgen. Verder werd er een beschermingsonderzoek ingesteld dat leidde tot een ondertoezichtstelling.

Die onderzoeken zijn er gekomen. Veel onderzoeken. Jarenlang. Mijn cliënt werd een jaar later opgehaald door de politie en in verzekering gesteld. Ik bezocht hem op het politiebureau en woonde het verhoor bij. De politie was er daarna snel klaar mee: sepot op code 1 (ten onrechte als verdachte aangemerkt). Dat was goed nieuws, omdat telkens door Jeugdzorg als argument werd gebruikt dat het politieonderzoek nog liep.

Ondertussen kreeg mijn cliënt op een gegeven moment weer de politie aan de deur. Of ze even zijn huis mochten doorzoeken of zijn ex-echtgenote daar niet zat. Zij bleek namelijk verdwenen uit de opvang. Dat leidde er vervolgens weer toe dat het kind nu bij de moeder (in de opvang) werd weggehaald en in een pleeggezin geplaatst. Wat mijn cliënt betreft had het kind gelijk naar hem terug gekund, maar daarvoor was natuurlijk weer nader onderzoek nodig. Maar het leek wel een stap voorwaarts. Nu was immers duidelijk dat de moeder geen goede kandidaat was om het kind verder op te voeden. Het duurde wel al lang, een jaar nu, maar het zou uiteindelijk de goede kant op gaan. Dacht ik. Vertelde ik mijn cliënt. Toen.

Maar de moeder vertelde aan de politie dat zij tijdens haar afwezigheid in het geheime opvanghuis verkracht was op straat door vier mannen met hoodies, waaronder mijn cliënt. Er was dus weer aangifte gedaan, vond de mevrouw van Jeugdzorg, dus er liep nog een strafvervolging, dus zij hoefde nog niet te gaan kijken of het kind terug kon naar mijn cliënt.

Uiteindelijk zei de Perspectiefboog van Pleegzorg dus dat het perspectief niet meer bij de ouders lag. Alles afpellend bleken de contra indicaties om het kind bij mijn cliënt terug te plaatsen 1) het bijna driejarige zoontje van mijn cliënt uit zijn nieuwe relatie had met een bal gespeeld tijdens een van de achtwekelijkse éénurige bezoeken van de dochter onder toezicht van de dames van Pleegzorg en er stond hete thee op tafel. Mijn cliënt had daar niet adequaat op gereageerd. 2) Mijn cliënt had wel eens gehuild toen hij zijn dochter na een maand of vijf weer zag op het kantoor van Jeugdzorg en hij had ook snoep meegenomen. 3) Omdat mijn client maar bleef strijden voor zijn kind en omdat partijen niet zelf tot een omgangsregeling met de moeder zouden kunnen komen zou het niet verantwoord zijn om het kind bij haar vader terug te plaatsen. Dat was het eigenlijk wel. De dame van Pleegzorg was heel stellig dat een kind niet aan zo’n persoon kon worden toevertrouwd. Ook al was het haar bloedeigen vader.

Ik zag al in de blik van die rechter, toen in februari 2022, een rechter met gezond verstand, dat dat er niet in ging. Jeugdzorg moest aangeven waarom het kind niet terug kon naar de vader. Dat was immers na de thee niet meer onderzocht. Jeugdzorg meende dat de Perspectiefboog (een soort stroomschema met vakjes en pijltjes) was toch duidelijk was. Het ging er niet in bij deze rechter. En verder gaf de rechter gelijk ook maar aan waarom het kind in ieder geval niet naar de moeder terug kon. Immers, als het waar was wat zij vertelde dan had zij het kind in groot gevaar gebracht door niets te doen en als het niet waar was dan zou er ook serieus iets mis zijn met haar. Ik had met het oog op deze zitting het complete strafdossier overgelegd met een gedetailleerde uitleg voor de civiele rechters en exact aangegeven waar het verhaal van de moeder ofwel innerlijk tegenstrijdig was of gewoon op basis van de feiten niet waar kon zijn. In de alle rapportages werd immers steevast opgenomen dat er sprake was geweest van huiselijk geweld, terwijl daar in het geheel geen aanwijzingen voor waren en het strafdossier eerder het tegendeel aangaf. Zij had bijvoorbeeld aan de politie verteld dat haar man wel 20 keer per dag seks met haar wilde hebben terwijl volgens haar maximaal 2 of 3 keer per dag normaal zou zijn. Ook werd zij dagelijks verkracht met allerlei groenten en daarbij mishandeld. Haar man zou haar hebben verwond met een mes. De politiefoto’s geven echter het onmiskenbare beeld van honderden krassen op armen en benen als gevolg van automutilatie.

Na de zitting in februari 2022 moest er dus onderzoek worden gedaan naar de mogelijkheid om het kind (inmiddels vier jaar oud) bij de vader te plaatsen. Het bleef stil. Tot juni 2022, als Jeugdzorg aan de rechtbank vraagt om vervangende toestemming voor een onderzoek door het KSDC. Weer een nieuwe procedure. De moeder wilde haar toestemming niet geven en anders kon het KSDC niet aan de slag. Weer een zitting. Andere rechter. Die mee ging met het advies van de Raad voor Kinderbescherming om toch ook maar de moeder te betrekken in het onderzoek en toch weer te kijken naar haar geschiktheid om het kind op te voeden. Dit in weerwil van wat de vorige rechter hierover had gezegd.

Daar zitten we dus weer. Nu. September 2022. Het kind is zich aan het hechten in het pleeggezin. Het is vijf voor twaalf. Zes dames van Jeugdzorg, Pleegzorg en de Raad voor Kinderbescherming die allemaal eigenlijk vinden dat de pleegouders het kind beter kunnen opvoeden maar dat niet zeggen. En in plaats daarvan met allerlei abstracte flauwekul komen. En dat ze er nu al zo lang zit en dat ze het zo goed doet. Nog maar weer een onderzoek er tegenaan. Aanvankelijk zou het KSDC onderzoek in augustus 2022 aanvangen. Nu leggen zij uit dat het waarschijnlijk begin 2023 kan beginnen en dat het een paar maanden daarna klaar zal zijn. Waarschijnlijk. Waarvan ik openlijk betwijfel of dat het geval zal zijn.
Bij de zitting vorige week bleek dat ik wederom een nieuw rapport van de Raad voor de Kinderbescherming niet toegezonden had gekregen. Een rapport van een bladzijde of twintig. Met als conclusie dat een gezagsbeëindigende maatregel op dit moment niet nodig was. Het rapport had mij een goede aanleiding gegeven om weer in stevige brief te schrijven aan de rechtbank. De meervoudige kamer nu. Een brief die zijn werk goed bleek te hebben gedaan. Jeugdzorg verscheen op zitting met een delegatie van vier waaronder de jurist. De voorzitter van de rechtbank begon met de brief. Of iedereen die ontvangen had. Ja. Of Jeugdzorg daarop wilde reageren. De jurist van Jeugdzorg nam het voortouw maar werd al snel onderbroken door de voorzitter. Wat zij vond van de opmerking van mr Trooster over dit en wat zij vond van dat. Het stokje werd als snel door de jurist doorgegeven aan de gedragsdeskundige die uiteindelijk op de concrete vragen van de voorzitter over wat er nu precies bij mijn cliënt was gezien dat er op wees dat hij niet geschikt zou zijn om zijn dochter op te voeden geen antwoord kon geven. Dat zou de mevrouw van Pleegzorg wel kunnen. Deze had er al op geanticipeerd. Zij had een verslag meegenomen van een geobserveerde ontmoeting van mijn cliënt met zijn dochter in het kantoor van Jeugdzorg. Zij begon het verslag voor te lezen. Erg duidelijk was het niet. Met veel moeite kon er uit worden gedestilleerd dat mijn cliënt te weinig oog had voor de specifieke behoeften van zijn dochter omdat hij bij haar er op had aangedrongen dat zij haar broertje een kusje zou geven en dat hij niet had gezien dat zij dat misschien eigenlijk nog niet wilde doen. Dat soort dingen. De meest rechtse rechter had een vraag. Over van wanneer het verslag was. Maart 2020. Tja. Pleegzorg was daarna immers gestopt met onderzoeken of het kind terug kon naar vader. En Corona, dat kwam er ook nog eens bij. Ja, helaas. En toen had het zo lang geduurd dat de aanvaardbare termijn voorbij was en er daarom een beslissing moest worden genomen dat het kind niet meer door de ouders zou worden opgevoed maar bij de pleegouders zou blijven. Dat had de Perspectiefboog immers uitgewezen.

En de gedragsdeskundige wist zeker dat het kind door de traumatische geb***tenissen schade opgelopen moest hebben en daardoor zou zij speciale behoeften hebben die de vader niet zou kunnen invullen. Waarom niet? Hij was niet leerbaar genoeg. Waar blijkt dat uit wilde de rechter weten? De mevrouw van Pleegzorg had het antwoord. Zij was laatst mee met het zeswekelijkse bezoek en toen gingen ze naar de speeltuin, gezellig, met oma erbij, broertje erbij, nieuwe echtgenote erbij, prima. Maar het kind had een zuurtje gekregen dat zij in haar wang bewaarde. En toen was zij op het glijbaantje gegaan. De mevrouw van Pleegzorg had daar iets van gezegd tegen mijn cliënt maar even later ging zij weer van het glijbaantje af. En het zuurtje was nog niet op. Dus niet leerbaar. Mijn cliënt.

De gedragsdeskundige was heel stellig: er moest sprake zijn van een trauma en ook een baby kan een trauma oplopen door traumatische geb***tenissen, daar was de literatuur heel duidelijk over. Ik had ook dit al afgepeld in mijn brief. Het kind heeft geen huiselijk geweld meegemaakt. Mijn client is een hele zachtaardige man die zijn stem nooit verheft en al helemaal geen geweld gebruikt. Verder zal de baby geen traumatische herinneringen hebben aan de reis met haar moeder naar het opvanghuis met allemaal aardige 'tantes'. Ook van het verdwijnen van haar moeder bij het opvanghuis zal zij weinig hebben gemerkt. Zij werd door een van de tantes opgehaald bij de kinderopvang en kort daarna zag zij haar moeder weer. De geb***tenis die mogelijk de meeste impact zal hebben gemaakt zal de uithuisplaatsing door Jeugdzorg bij het pleeggezin zijn geweest. Een leuk pleeggezin met andere kinderen. Dus dat zal ook wel meevallen.

Na ongeveer een half uur ben ik aan de b***t. Ik moet dingen herhalen. Alles is al opgeschreven. En gezegd in de afgelopen jaren. Toch doe ik het. Nu met gestrekt been er in. Geen tijd nu om vrienden te blijven met de dames. Het moet. De tijd van aardig doen tegen Jeugdzorg is voorbij. Mijn cliënt heeft niets meer te verliezen.

Mijn cliënt krijgt het woord. Ik schenk snel een glas water voor hem in. Na enkele zinnen gaat het niet meer. Hij moet onbedaarlijk huilen en trilt zo dat hij de beker water nauwelijks zonder te morsen bij zijn mond kan krijgen. Het enige wat hij wil is zijn prinsesje terug. Vertelt met horten en stoten dat hij de bezoekuurtjes opdeelt in drie stukken. Spelen, praten en contact met oma, broertje en zijn nieuwe echtgenote, een vlotte jonge vrouw. En dat het voor hem moeilijk is om altijd maar geobserveerd te worden tijdens de bezoeken. Hoe moeilijk het voor hem is om telkens maar vrij te vragen voor de bezoeken en de vele onderzoeken en gesprekken met de instanties. Die natuurlijk altijd onder werktijd moeten.

De rechtbank trekt zich terug in raadkamer. We zijn anderhalf uur verder. Zaak uitgelopen. Wachtenden op de gang.
Na een minuut of tien is de rechtbank terug. Het blijkt niet mogelijk om onmiddellijk uitspraak te doen. De rechtbank moet er nog goed over nadenken. Of mijn cliënt nog iets te zeggen heeft aan de rechtbank. Net lukte dat immers niet zou goed. Hij vraagt of hij foto’s mag laten zien aan de rechtbank. De rechters kijken elkaar even aan. Dat mag. Komt u maar naar voren. Ik loop met hem mee, buig mij over de tafel van de rechters om mee te kunnen kijken. Mijn cliënt prutst wat met zijn telefoon, de rechters schuiven wat naar elkaar toe. Eindelijk heeft mij cliënt de foto’s gevonden die hij wilde laten zijn. Een soort filmpje van foto’s. Met een muziekje er onder. Titel ‘Onvergetelijke momenten’. Mijn cliënt met zijn dochter op zijn arm kort voor zij door de moeder werd meegenomen. Beiden stralend. Dan wat latere foto’s. Mijn cliënt met zijn prinsesje. Hele lieve foto’s. De rechters moeten glimlachen en kijken het hele filmpje uit. De dames van Jeugdzorg kijken toe vanachter hun tafel, onbewogen.

Over drie weken uitspraak. Voor mijn cliënt is het er op of er onder. De tijd raakt op. Drie weken bange, slapeloze nachten. Over zijn prinsesje.

De VechtscheidingVrijspraak voor de cliënte. Eerst bij de rechtbank. Daar was het openbaar ministerie het niet mee eens....
21/04/2021

De Vechtscheiding

Vrijspraak voor de cliënte. Eerst bij de rechtbank. Daar was het openbaar ministerie het niet mee eens. Dus nog een keer de hele martelgang voor mijn cliënte bij het gerechtshof. Cliënte werd verdacht van fysieke en geestelijke mishandeling van haar zoon als baby, die als gevolg daarvan in zijn puberteit zelfmoord gepleegd zou hebben. Dit terwijl zij er juist alles aan gedaan had om te voorkomen dat dit zou gebeuren.

De betreffende zoon had zij na de vechtscheiding al jaren niet meer gezien maar zij zag wel dat het misging bij zijn vader. Waar hem werd wijsgemaakt dat hij vroeger als baby door zijn moeder werd mishandeld. Machteloos. Na zijn dood werd zij gearresteerd en vastgezet op het politiebureau. De rechtbank sprak haar vrij na een hele zware zitting bij de meervoudige strafkamer.

De officier van justitie nam daar geen genoegen mee. Zij ging in hoger beroep en liet een emeritus hoogleraar kindermishandeling een rapport maken, gebaseerd op de hele stapel rapporten van de Raad voor Kinderbescherming en Jeugdzorg uit de tijd van de vechtscheiding, waarmee aangetoond werd dat mijn cliënte haar zoon wel geestelijk en lichamelijk mishandeld zou hebben als baby en peuter.

Ik kwam met een getuige op zitting bij het hof die als hulpverlener in huis was geweest bij het gezin in 2008, aan wie toen niemand iets had gezegd over een mishandeling. De Advocaat Generaal ging in haar requisitoir helemaal los op mijn cliënt die, steeds kleiner wordend, van de voorzitter van het Hof naast mij mocht zitten in plaats van helemaal alleen vooraan op de verdachtenbank. Ik liet een video draaien op zitting waarin je kon zien hoe zij en de kinderen met elkaar omgingen, vroeger, toen haar oudste nog leefde.

Het hof sprak cliënte uiteindelijk nog duidelijker vrij dan de rechtbank. De martelgang ten einde. Cliënte kan nu in therapie om van de schade door deze vervolging te herstellen.

Twee maal vrijspraak.

Vandaar de bloemen dus...

BaklavaVandaag werd mr. Oomkes verrast door tevreden klanten van respectabele leeftijd met 1 kilo baklava en een mooie p...
25/03/2021

Baklava

Vandaag werd mr. Oomkes verrast door tevreden klanten van respectabele leeftijd met 1 kilo baklava en een mooie plant. De plant moest een mooi plekje op kantoor krijgen, zodat hij altijd aan de zaak en de klanten zou terugdenken”, aldus meneer.

Het oudere echtpaar kreeg enkele jaren terug de schrik van hun leven, toen werd bepaald dat zij bijna € 80.000,- aan verkregen AIO- aanvulling (Aanvullende inkomensvoorziening ouderen) moesten terugbetalen en deze aanvulling werd stopgezet. Na een gang naar de rechter, werd dit besluit tot terugvordering en het besluit tot beëindiging van de aanvulling teruggedraaid, zodat zij het volledige bedrag waar zij recht op hadden nabetaald kregen en zij alsnog onbezorgd van hun oude dag kunnen gaan genieten.

De plant heeft een mooi plekje op kantoor gekregen.

Voor een redelijke vergoeding voor de bijstand door advocaten aan arrestanten op het politiebureau!
27/11/2019

Voor een redelijke vergoeding voor de bijstand door advocaten aan arrestanten op het politiebureau!

Het is een treurige dag. Voor de nabestaanden van een goed mens, echtgenoot, vader, broer, zoon, familielid, vriend, ken...
19/09/2019

Het is een treurige dag. Voor de nabestaanden van een goed mens, echtgenoot, vader, broer, zoon, familielid, vriend, kennis. De kogels die het leven van deze man namen en in het leven van zijn naasten een onbevattelijke leegte zullen achterlaten, hebben ook de rechtstaat geraakt.

Daarom hangt bij mijn kantoor de vlag halfstok. Een advocaat vermoord omdat hij gewoon zijn werk doet. In een keurige Nederlandse woonwijk. Natuurlijk kennen we verhalen uit het buitenland, over soortgelijke aanvallen op de rechtsstaat. Monddood maken. Soms letterlijk. Nu ook bij ons, in Nederland, als het ware om de hoek bij iedereen. Wat nu te doen? Wie gaat zijn leven nog wagen? Bij de verdediging van mensen die misschien zelf soms niet zoveel waarde hechten aan het leven van een ander. Is dat thuis te verkopen?

Het belang van de rechtsstaat versus de eigen veiligheid. Natuurlijk gaat het hier om extremen. Bij de gemiddelde strafzaak hoeven wij ons nog geen zorgen te maken. Maar er zullen ook advocaten moeten zijn die, al is het alleen maar ter wille van de rechtsstaat, van het eerlijke proces, verdachten in zaken rond de georganiseerde misdaad, die per definitie ondermijnend is voor de rechtsstaat, zullen bijstaan. Er zullen rechters moeten zijn die deze zaken behandelen, officieren die zaken voor de rechtbank brengen. Moedige mensen.

Vandaag denken we aan Derk Wiersum.

05/03/2019

Het lege huis

Toen hij na zijn werk thuiskwam was het huis bijna leeg. De kledingkasten uitgeruimd. Het speelgoed van de kinderen weg. De kinderen weg. Zijn vrouw weg. Zij moet het hebben voorbereid, dat kan niet anders. Hulp hebben gehad. Een maand geleden was hij er achter gekomen dat ze een vriend had met wie ze ook het bed had gedeeld. Dat had spanningen gegeven en hij was erg boos geworden. En emotioneel. Vier jonge kinderen. Na een dag ging het wel weer. Ze zouden uit elkaar gaan, dat wel. Hij dacht aan een co-ouderschap en vlak bij elkaar wonen. Samen de zorg voor de kinderen voortzetten. Klaarblijkelijk dacht zij daar anders over.

Zoals hij al vermoedde was ze naar haar geboortestad vertrokken, een kilometer of 40 verderop. Ingetrokken bij haar zuster. De vier kinderen op één slaapkamer, zij op de bank. En ze had de kinderen ook gelijk maar in haar geboortestad op school gedaan. Haar zussen, ook gescheiden, hadden het ook zo gedaan en die waren er mee weggekomen.

Dat was het verhaal dat de man mij vertelde, bijna twee maanden geleden, tegenover mij aan mijn bureau in Vlaardingen. Een aardige jonge vader. Hij werkte overdag als monteur en nam ’s middags de zorg voor de kinderen over, zodat zij tot diep in de nacht haar werk in de horeca kon doen. Hij had de politie gebeld. Die konden niets doen, zeiden ze. Je moet naar een advocaat gaan. En zo kwam hij bij mij.

Een dag later is het verzoekschrift voorlopige voorzieningen ingediend en een maand later staan we bij de rechter. Daags voor de zitting ontvang ik een verweerschrift. Mijn client wordt neergezet als een alcoholische, agressieve drugsgebruiker, die het zelf had veroorzaakt dat zijn vrouw wel weg moest vluchten met de kinderen. Paar foto’s erbij van een rommelig huis met lege bierblikjes op de salontafel.

Tijdens de zitting moet ik mijn client een glaasje water geven. Hij heeft het er moeilijk mee. De kinderen heeft hij niet mogen zien in de tussentijd, nu ruim een maand. Het mocht niet van haar advocaat, had ze gezegd.

Het is toch altijd weer spannend zo’n zitting. Je weet dat de rechter eigenlijk niet anders kan dan de kinderen terug naar huis sturen, maar toch. Doet ‘ie het ook, dat weet je nooit zeker. Ik krijg als eerste het woord om te reageren op het verweerschrift van de moeder. Het is niet zo moeilijk om de onzinnige beschuldigingen te weerleggen. Niet te hard er in gaan. Gedoseerd, net genoeg om de rechter duidelijk te maken wat er aan de hand is. Partijen moeten straks toch weer verder met elkaar en de kinderen. Als de rechter haar gaat bevragen komen de tranen. Ze wil haar kindjes niet verliezen en zo. Tja.

Het duurt een week of drie tot de uitspraak. Intussen is de moeder bij een nieuwe vriend gaan wonen, in weer een andere stad. De kinderen weer naar een andere school. Op de zitting is afgesproken dat mijn client de kinderen om de week in het weekeinde zou hebben. Hij is ze in de andere stad wezen halen en brengen.

Vandaag de uitspraak. In een grote witte enveloppe in mijn postvak op de rechtbank. Mr W.J.J. Trooster staat er op geschreven. Alle verzoeken van mijn client toegewezen. De kinderen moeten terug, desnoods met behulp van de sterke arm, mijn client krijgt het exclusieve gebruik van de woning en de moeder moet kinderalimentatie gaan betalen.

Zaak gewonnen? Ja en nee. Treurig dat het zo ver heeft moeten komen. Mijn client gaat er eerst een een nachtje over slapen en dan bedenken hoe het verder moet. Want het moet verder. De kinderen hebben recht op een moeder en een vader.

05/03/2019

De Rollator

De officier van Justitie kijkt de rechter met een mengeling van verbazing en ongeloof aan. ‘“Moet ik nu uw werk doen?” “Ja”, zegt de rechter. “Als u dat wilt, houdt u het dossier dan maar voor.”

Mijn cliënte snapt er steeds minder van. De rechter had nauwelijks vragen aan haar. Telkens als ze een aanloop neemt om met omhaal van woorden de vraag te gaan beantwoorden wordt ze door de rechter afgekapt met een korte samenvatting van wat ze wilde gaan zeggen. Na drie vragen weet de rechter genoeg. Het dossier had hij natuurlijk al gelezen. Hoe mijn cliënte, een keurige mevrouw die in haar leven zelfs nog geen bekeuring heeft gekregen, op verzoek van de mentor van haar oude moeder had geholpen haar aanleunwoning, waar ze niet meer terug zou komen, leeg te ruimen. De spullen gingen in een opslag waar de mentor de sleutel van had. Uiteindelijk blijkt per ongeluk de verkeerde rollator te zijn meegegaan uit de berging.

Toen dit werd opgemerkt was er contact geweest via de app met de bozige kleindochter van de mevrouw die haar rollator miste (maar wel over de achtergebleven rollator kon beschikken) en uiteindelijk lukte het door allerlei omstandigheden niet om de rollator om te ruilen.

Dus de kleindochter naar de politie. De nam in juli 2017 de aangifte op. Diefstal van een rollator. Een politieonderzoek werd gestart. Via haar telefoonnummer werd mijn cliënte getraceerd en aan het bureau ontboden. Als zij niet zou komen zou zij wel opgehaald worden. Ondertussen was ook de mentor van de moeder van mijn cliënte opgespoord en als getuige op het bureau gehoord. Uiteindelijk werd zij in augustus 2017 gehoord. De rollator mee naar het bureau. Dan zou het wel afgelopen zijn zou je denken. Nee hoor. Eerst de vingerafdrukken en de boevenfoto’s. Helaas werkt het systeem niet mee en kunnen de vingerafdrukken niet worden opgeslagen. Allemaal keurig gerelateerd in een proces-verbaal van bevindingen.

Mijn cliënte denkt dat het hiermee wel klaar zal zijn. Ze heeft immers uitgelegd hoe het gegaan is en de rollator is terug. Zo eenvoudig is het echter niet. De zaak is door de politie ingestuurd bij het Openbaar Ministerie. Daar heeft een parket-secretaris de zaak beoordeeld en in zijn wijsheid besloten dat het geen diefstal kon zijn. Maar wel verduistering! Hup, een strafbeschikking van 200 euro er uit. Als mijn cliënte die zou betalen dan zou zijn er van af zijn. Maar wel een strafblad voor verduistering en 200 euro armer.

Mijn cliënte is niet op haar achterhoofd gevallen en schrijft keurig een brief aan de Officier van Justitie. Legt uit hoe het gegaan is en dat het allemaal een vergissing is. Verzet heet dat officieel. De Officier van Justitie gaat dan opnieuw naar de zaak kijken. Dan zal het wel stoppen denkt ze. Als er iemand met een beetje gezond verstand naar gaat kijken.

U raadt het al, op 2 september 2017 valt bij haar de dagvaarding op de mat om op donderdag 13 december 2018 om 9.40 bij de politierechter te Den Haag te verschijnen. Ruim drie maanden extra stress voor mijn cliënte, die toch al op is van de zenuwen door allerlei andere dingen. Er komt een aanvullend proces-verbaal, diverse uittreksels uit de justitiële documentatie, mijn cliënte komt bij mij nog met allerlei uitgeprinte Whats-appjes en andere communicatie die haar onschuld verder aan zouden moeten tonen.

Vandaag dus de dag. Ik ben best een heel klein beetje zenuwachtig. Het zou toch niet hè. Er zou toch geen rechter zijn die haar hiervoor zou veroordelen? Zou ik iets gemist hebben? Of is dit normaal en begin ik langzaam de grip te verliezen?

We treffen elkaar voor de zittingszaal. Mijn cliënte op van de zenuwen. Rommelend met papieren en zoekend in haar telefoon naar ontlastend bewijs. Vijf minuten te vroeg mogen we al naar binnen.

De officier, type tractorverkoper, zoiets, agrarische sector, zo ziet hij er uit, een knul van tegen de dertig, begint dan maar te doen wat de rechter normaal gesproken zou doen maar in deze zaak niet wil doen: de verdachte ondervragen. Op basis van wat er in het dossier staat. Hij zal wel denken, de politie zal dat allemaal toch niet voor niets hebben opgeschreven? Het kan dan wel zo’n keurige mevrouw lijken, maar ze heeft wel mooi een misdrijf gepleegd en dat kunnen we niet zo maar laten gaan. Als de rechter niet wil, dan doe ik het maar.

De rechter gaat er eens goed voor achterover zitten. Ik nog een stukje verder achterover. We kijken elkaar aan, de rechter en ik. Blik van verstandhouding.

Het verhoor door de Officier van Justitie leidt nergens toe. Alleen lange verhalen van mijn cliënte, die alleen maar meer duidelijk maken dat het gewoon een vergissing was en dat er allerlei omstandigheden waren waarom de rollator niet terug was gegaan. Het juridische bewijs van verduistering was er al niet maar door het verhoor werd dat alleen maar duidelijker.

Uiteindelijk is de officier klaar. De rechter: “Hebt u nog iets te vragen, mr Trooster?” Nee hoor. De officier krijgt nogmaals de gelegenheid om zijn eis te doen. Hij meent dat het bewijs van de verduistering er toch wel is. Wenkbrauwen omhoog bij de rechter. Bij mij ook. Maar, gezien de omstandigheden, zal hij niet vasthouden aan de boete van 200 euro maar vragen om een schuldigverklaring zonder oplegging van straf. Betekent geen boete maar wel strafblad en ook geen mogelijkheid om de advocaatkosten bij de Staat der Nederlanden in rekening te brengen.

Na het requisitoir van de Officier van Justitie is het mijn b***t. Ik sta op. “Eigenlijk zou één woord genoeg zijn”, zeg ik. “Vrijspraak!. Maar elke keer als ik dit dossier zie, gaan mijn nekharen overeind staan”. Ik vertel over al de moeite die hier gedaan is voor een zaak die geen zaak is, de momenten die er geweest zijn om te stoppen met deze onzin, deze verspilling van geld en tijd en dat er toch elke keer iemand is geweest die heeft gekeken naar de zaak en dat het toch allemaal door is gegaan. Dat ik mij bijna niet voor kan stellen dat ik hier op een serieuze zitting bij de serieuze politierechter van de serieuze rechtbank Den Haag sta, met een griffier die ernstig optikt wat hier allemaal gezegd wordt (ik kijk haar aan en zij knikt). Dat het meer een sketch van Van Kooten en de Bie lijkt en dat ik het een belediging voor mijn cliënte vind dat de Officier van Justitie schuldig zonder oplegging van straf eist. Een zaak bij de rechter brengen die helemaal nergens over gaat en waar nog niet het begin van bewijs van verduistering in zit.

De rechter was er al klaar mee en is er nu klaar mee. Vrijspraak. Over veertien dagen gaat het verzoek schadevergoeding er uit. Ben ik er ook klaar mee.

Adres

Schiedamseweg 59
Vlaardingen
3134BB

Openingstijden

Maandag 09:00 - 17:00
Dinsdag 09:00 - 17:00
Woensdag 09:00 - 17:00
Donderdag 09:00 - 17:00
Vrijdag 09:00 - 17:00

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer BTHadvocaten nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact

Stuur een bericht naar BTHadvocaten:

Delen