04/09/2015
Ontwikkelingen smartengeld
Over de hoogte van het smartengeld in Nederland wordt de laatste tijd veel nagedacht en geschreven. In vergelijking met de ons omringende landen is het smartengeld in Nederland laag. Het hoogste bedrag dat in Nederland tot nu toe door een rechter aan smartengeld is toegewezen bedraagt € 150.000,- terwijl dat in Duitsland en Italië € 500.000,- is. De hoogte van het bedrag wordt in Nederland naar billijkheid vastgesteld (zie art. 6:106 BW) en is een vergoeding voor pijn, verdriet en gederfde levensvreugde. Het smartengeld heeft zowel de functie van compensatie als van genoegdoening. In de praktijk wordt er gekeken naar de bedragen die in het verleden in vergelijkbare gevallen zijn toegekend en die bedragen worden dan geïndexeerd naar de huidige tijd.
De afgelopen jaren is er nauwelijks iets veranderd in de hoogte van de toegekende bedragen en dit leidt tot toenemende kritiek. De critici zijn van mening dat de in rechte toegekende smartengeldbedragen in Nederland aanmerkelijk lager zijn dan in de ons omringende landen, dat de toegekende smartengeldbedragen niet zijn meegestegen met de inflatie en geen recht doen aan de - onder meer door de invoering van de euro - veranderde gevoelswaarde van geld. De rechters zijn gevoelig gebleken voor deze kritiek en hebben in een aantal uitspraken het smartengeld verhoogd met 10% (zie bijvoorbeeld Hof Arnhem-Leeuwarden 14-1-2014).
Prof. dr. L.T. Visscher, bijzonder hoogleraar Legal Economic Analysis of Tort and Damages aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, heeft een andere methode bedacht om het smartengeld vast te stellen. Hij maakt daarbij gebruik van informatie die al beschikbaar is in de gezondheidseconomie, de zogenaamde QALY-methode. Een QALY (Quality Adjusted Life Year) is een maatstaf waarmee de invloed van medische aandoeningen op de kwaliteit van leven wordt uitgedrukt. Door een geldswaarde aan QALY’s te koppelen, kan tot een bedrag aan smartengeld worden gekomen. Het smartengeld dat volgens deze methode wordt vastgesteld ligt veel hoger dan de gebruikelijke methode. Hoe rechters tegen deze berekening aankijken zal moeten worden afgewacht.
Door de Rechtbank Overijssel is op 23-2-2015 geoordeeld dat de duur van het leed slechts één van de omstandigheden is die bij de beoordeling van de hoogte van het smartengeld in aanmerking moet worden genomen. Het betrof een zaak waarbij een man op een zebrapad werd aangereden en als gevolg daarvan een hoge dwarslaesie opliep en na drie maanden overleed. Omdat de duur van het leed was beperkt tot drie maanden, was de aansprakelijke verzekeraar slechts bereid om € 30.000,- aan smartengeld te betalen (nadat zij eerder € 5.000,- had geboden). De rechtbank kende, rekening houdend met alle omstandigheden van het geval, een bedrag aan smartengeld toe van € 125.000,-.
Smartengeld heeft een hoogst persoonlijk karakter en komt alleen de gekwetste zelf toe. Een nabestaande heeft bijvoorbeeld geen recht op smartengeld; alleen in geval van shockschade is een smartengeldvergoeding voor derden mogelijk (zie bijvoorbeeld het Taxibus-arrest en de zaak van Maja Bradaric). Thans is een wetsvoorstel Zorg- en affectieschade aanhangig, waarbij een smartengeldvergoeding wordt geïntroduceerd voor nabestaanden in geval van overlijden en voor naasten in geval van ernstig en blijvend letsel. Het zijn vaste bedragen die variëren van € 12.500,- tot € 20.000,-. Of het wetsvoorstel het gaat halen zullen we moeten afwachten; eerder haalde een vergelijkbaar wetsvoorstel het in 2010 niet.