BAEN Advocatuur

BAEN Advocatuur BAEN Advocatuur is een landelijk werkend kantoor dat gespecialiseerd is in aansprakelijkheidsrecht e

BAEN Advocatuur is een landelijk werkend kantoor dat gespecialiseerd is in aansprakelijkheidsrecht en letselschade. Het kantoor kiest er bewust voor om uitsluitend slachtoffers van letselschade bij te staan en geen opdrachten van aansprakelijkheidsverzekeraars te aanvaarden. Hierdoor is er op geen enkele manier sprake van belangenverstrengeling in de regeling van de zaak van het slachtoffer. Uitsl

uitend het belang van het slachtoffer wordt gediend, die als partij in de moeilijkste positie verkeert en het meest behoefte heeft aan juridische bijstand. Het kantoor ligt centraal in het land en bevindt zich in het pand aan het Servaasbolwerk 14 te Utrecht.

IGZ publiceert voor het eerst een overzicht van het aantal meldingen over medisch specialistische zorg.
16/11/2016

IGZ publiceert voor het eerst een overzicht van het aantal meldingen over medisch specialistische zorg.

Ziekenhuizen melden veel meer medische missers dan vorig jaar, onder meer door berichtgeving in de media.

Het aantal dodelijke verkeersslachtoffers is de afgelopen 20 jaar met ongeveer de helft gedaald (van 1.251 in 1996 naar ...
06/11/2016

Het aantal dodelijke verkeersslachtoffers is de afgelopen 20 jaar met ongeveer de helft gedaald (van 1.251 in 1996 naar 621 in 2015). Dat geldt echter niet voor de ziekenhuiscontacten als gevolg van een verkeersongeval, die zijn met ongeveer 12.000 per jaar gelijk gebleven. Bron: de Volkskrant 5 november 2016.

Vergoeding liposuctie bij lipoedeem IIBindend Advies van de Geschillencommissie Zorgverzekeringen over toekenning vergoe...
07/09/2016

Vergoeding liposuctie bij lipoedeem II
Bindend Advies van de Geschillencommissie Zorgverzekeringen over toekenning vergoeding Pure Tumescente Liposuctie bij lipoedeem nu gepubliceerd.
Op 7 juli 2016 werd door de Geschillencommissie Zorgverzekeringen voor het eerst Pure Tumescente Liposuctie bij lipoedeem erkend als behandeling die voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk.
In aanvulling op het nieuwsbericht hierover van 3 augustus 2016 informeer ik u dat het Bindend Advies van de Geschillencommissie Zorgverzekeringen nu is gepubliceerd. Het bindend advies is te vinden op de website www.kpzv.nl met de zoekterm SKGZ201501395.
Voor meer informatie kunt u met mr. M.G.F. (Babette) de Graaff-Bosch contact opnemen, die als advocaat van deze patiënte optrad

Home

03/08/2016

Vergoeding liposuctie bij lipoedeem

Tot op heden werd Pure Tumescente liposuctie bij lipoedeem (ontstaan van plaatselijke symmetrische vetophopingen op heupen, billen, dijen, onderbenen, binnenkant van de knieën of de armen) niet vergoed door de zorgverzekeraars en werden ook alle geschillen hierover bij de Geschillencommissie Zorgverzekeringen afgewezen omdat deze behandeling niet zou voldoen aan de stand van de wetenschap en praktijk. De Geschillencommissie volgde hierbij steeds het advies van Zorginstituut Nederland.

Namens een patiënte, die in zeer ernstige mate last heeft van lipoedeem waardoor zij nagenoeg aan bed is gekluisterd en veel pijn lijdt, is nu met succes bezwaar gemaakt tegen dit standpunt van Zorginstuut Nederland. Op 6 juli 2016 oordeelde de Geschillencommissie Zorgverzekeringen dat zij het advies van Zorginstituut Nederland naast zich neerlegt, omdat niet vaststaat dat het Zorginstituut heeft getoetst aan de internationale stand van de wetenschap en de praktijk. Het Zorginstituut had namelijk alleen maar gekeken naar wetenschappelijke publicaties die in het Nederlands en het Engels waren verschenen, terwijl namens de patiënte was aangevoerd dat er ook diverse zeer relevante Duitse en Franstalige publicaties waren. Bovendien oordeelde de Geschillencommissie Zorgverzekeringen dat namens de patiënte aannemelijk was gemaakt dat deze behandeling (Pure Tumescente liposuctie) voor haar de enige effectieve methode is.

Met dit bindend advies kan deze patiënte de zeer kostbare behandeling ondergaan op kosten van de zorgverzekeraar en zal zij hopelijk daarna weer pijnvrij en mobiel zijn.

Het bindend advies van de Geschillencommissie Zorgverzekeringen in deze zaak is nog niet gepubliceerd. Voor meer informatie kunt u met mr. M.G.F. de Graaff-Bosch contact opnemen.

31/05/2016

Aantal medische missers verdubbeld

Ziekenhuizen zijn verplicht om calamiteiten te melden bij de Inspectie voor de gezondheidszorg (IGZ). Wat is nu precies een ‘calamiteit’? De Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg omschrijft een calamiteit als volgt: een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van de zorg en die tot de dood van een cliënt of een ernstig schadelijk gevolg voor een cliënt heeft geleid.

Met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur heeft de NOS cijfers van de IGZ gekregen over het aantal (mogelijke) calamiteiten die ziekenhuizen bij de IGZ hebben gemeld. Uit deze cijfers blijkt dat het aantal melding sinds 2010 bijna is verdubbeld van 534 naar 947 in 2015.
Ook RTL Nieuws heeft met een verzoek op de Wet openbaarheid van bestuur en een lange juridische strijd cijfers gekregen over calamiteiten in de Nederlandse ziekenhuizen; en wel over calamiteiten met een dodelijke afloop. Jaarlijks zouden de ziekenhuizen bij de IGZ ongeveer 400 calamiteiten met dodelijke afloop melden.

Minister Schippers van Volksgezondheid heeft inmiddels aangekondigd dat er maatregelen komen om de openheid over calamiteiten in ziekenhuizen te vergroten en om de mogelijkheden van de Inspectie om in te grijpen te vergroten.

31/05/2016

Vrije advocaatkeuze ook bij bezwaarprocedures

Sinds het oordeel in 2013 van het Europese Hof van Justitie dat rechtsbijstandverzekeraars hun verzekerden een vrije advocaatkeuze moeten bieden in geval van een gerechtelijke of administratieve procedure, waarbij het geen verschil maakt of rechtsbijstand voor de desbetreffende gerechtelijke of administratieve procedure naar nationaal recht verplicht is, is er een aantal rechtsbijstandverzekeraars die de term ‘administratieve procedure’ heel eng uitlegt.

Rechtsbijstandverzekeraar DAS verstaat onder een administratieve procedure alleen gerechtelijke procedures in bestuursaangelegenheden, dat wil zeggen procedures voor een gerecht in eigenlijke zin. Zo werd aan een verzekerde van DAS geen vrije advocaatkeuze verleend voor bijstand in de procedure bij het UWV (de werkgever had bij het UWV een ontslagvergunning aangevraagd). Het Europese Hof van Justitie heeft nu bepaald dat het begrip ‘administratieve procedure’ mede omvat een procedure die ertoe leidt dat een bestuursorgaan de werkgever vergunning verleent, de voor rechtsbijstand verzekerde werknemer te ontslaan. Dus ook voor de procedure bij het UWV dient de rechtsbijstandverzekeraar aan haar verzekerde vrije advocaatkeuze te verlenen.

Bij rechtsbijstandverzekeraar Achmea speelde de vraag of de bezwaarprocedure ter zake van de weigering van het CIZ om een zorgindicatie af te geven gekwalificeerd dient te worden als een administratieve procedure, waarvoor de verzekerde van Achmea vrije advocaatkeuze zou hebben. Het Europese Hof van Justitie heeft nu ten aanzien van deze vraag geoordeeld dat het begrip ‘administratieve procedure’ mede omvat de fase van bezwaar bij een bestuursorgaan waarin dat orgaan een voor beroep in rechte vatbaar besluit geeft. Dus ook in de bezwaarprocedure tegen het besluit van het CIZ heeft een rechtsbijstandverzekerde vrije advocaatkeuze.

31/05/2016

Aansprakelijkheid voor medebezitter dier?

Op grond van art. 6:179 BW rust op de bezitter van een dier een risico aansprakelijkheid voor schade die door dat dier wordt toegebracht. Kan de medebezitter van een dier de andere medebezitter aanspreken, wanneer aan één van hen schade door het dier wordt toegebracht dat zij samen bezitten? Een man en een vrouw zijn samen eigenaar van een manege. Tijdens een paardrijles die de vrouw aan kinderen geeft, wordt zij omver gelopen door een van de paarden die eigendom zijn van de manege. Als gevolg hiervan heeft zij haar rechter dijbeenspieren gescheurd en haar rechterheup gebroken. Zij kan daardoor niet meer al haar werkzaamheden op de manege verrichten. De vrouw spreekt haar echtgenoot en de aansprakelijkheidsverzekeraar van de manege aan voor haar schade. Eerder heeft de Hoge Raad in het Hangmatarrest namelijk geoordeeld dat de medebezitter van een gebrekkige opstal uit hoofde van art. 6:174 BW (ook) aansprakelijk is voor de schade die een andere medebezitter als gevolg van dat gebrek lijdt, maar slechts voor dat gedeelte dat overeen-komt met zijn aandeel in de opstal. Geldt deze regel uit het Hangmat-arrest ook voor de risico aansprakelijkheid voor dieren?

Nee, oordeelde de Hoge Raad op 29 januari 2016. Het essentiële verschil tussen de aansprakelijkheid voor gebrekkige opstallen en voor schade toebrengende gedragingen van dieren ligt in de aard van het risico. Bij opstallen gaat het om gebreken die meestal niet - ook niet voor de medebezitters – kenbaar zijn, terwijl het bij dieren gaat om een risico dat in inherent is aan het dier/dat in het dier zelf is gelegen. Grondslag voor de risico aansprakelijkheid voor dieren is dat de bezitter meestal vanwege economisch nut of eigen genoegen het dier houdt, en daarmee voor derden gevaar schept in verband met de onberekenbare krachten die de eigen energie van het dier als levend wezen oplevert voor anderen. In geval van dieren is het dus ook voor de medebezitter kenbaar dat het dier, als levend wezen, mogelijk schade kan toebrengen en de medebezitter wordt geacht zich van dit risico bewust te zijn. Dit is niet anders wanneer het dier bedrijfsmatig wordt gebruikt in bijvoorbeeld een manege.

De Hoge Raad overweegt ook dat dit verschil in aard en grondslag van de aansprakelijkheid tussen opstallen en dieren ook doorwerkt in de verzekerbaarheid. In verband met het onberekenbare element dat in de eigen energie van dieren is gelegen, ligt het voor de hand dat schade door dieren regelmatig zal voorkomen. Wanneer medebezitters elkaar c.q. hun aansprakelijkheidsverzekeraar dan voor de schade kunnen aanspreken, kan dit leiden tot een toename van claims die moeilijk te beoordelen zijn. Het risico dat een dier schade toebrengt aan een medebezitter, wat vaak in gezinsverband zal optreden, valt ook anderszins te verzekeren, bijvoorbeeld door middel van een ongevallenverzekering. Bij bedrijfsmatig gebruik van een dier kan bijvoorbeeld een arbeidsongeschiktheidsverzekering worden afgesloten om het risico op te vangen.

31/05/2016

Hoogste bedrag aan smartengeld

In één week tijd is het hoogste bedrag aan smartengeld ooit uitgekeerd in Nederland aanzienlijk verhoogd. Op 11 november 2015 deed de rechtbank Gelderland uitspraak in een strafzaak waarbij een brandbom in een woning werd gegooid, die op het bed van de slachtoffers terecht kwam. De beide slachtoffers overleefden de aanslag, maar liepen zeer ernstige brandwonden op (78,5% respectievelijk en 55,2% van het totale huidoppervlak van de slachtoffers raakte verbrand en tweede en derde graads brandwonden). Het slachtoffer met de ergste brandwonden kreeg een bedrag aan smartengeld toegewezen van € 200.000,-. Dat was op dat moment het hoogste bedrag aan smartengeld dat ooit door een rechter in Nederland aan een slachtoffer was toegekend. Op 20 novem-ber 2015 werd echter bekend dat nu in een minnelijke regeling aan een slachtoffer een bedrag aan smartengeld is uitgekeerd van € 350.000,-. Het betrof een vrouw waarvan de uitslag van weefsel-onderzoek van de baarmoeder in het UMC Utrecht door een gynaecoloog in 2011 over het hoofd is gezien. Uit deze uitslag volgde dat zij mogelijk baarmoederhalskanker had. Toen een wetenschap-per in het ziekenhuis bij toeval deze uitslag twee jaar later ontdekte, is de vrouw direct opgeroepen voor verder onderzoek. Helaas bleek zij inderdaad baarmoederhalskanker te hebben, dat inmiddels was uitgezaaid. Zij heeft nu waarschijnlijk nog maximaal één jaar te leven.

31/05/2016

Letselschade op vakantie

Op 30 juni 2015 heeft het Gerechtshof Amsterdam (zaaknummer: 200.160.691/01) een uitspraak gedaan over de aansprakelijkheid voor een ongeval dat tijdens vakantie in een hotel plaatsvond. Een echtpaar boekte bij reisorganisator Corendon een reis naar Macedonië om hun 40-jarig huwelijk te vieren. Bij de eerste keer do**hen in de badkamer van hun hotelkamer bleek dat de (net nieuw geplaatste do**he) lekte. Er ontstond een grote plas water in de badkamer, die op de vloer bleef staan. De vloer van de badkamer was betegeld en er lag geen rubberen antislip do**hemat. De man van het echtpaar heeft hierover geklaagd bij de plaatselijke vertegenwoordiger van Corendon en gevraagd om een andere hotelkamer. Een andere kamer werd geweigerd. Vier dagen later is de man na het do**hen, als gevolg van het water dat op de vloer van de badkamer stond, ten val gekomen en heeft zijn schouder geblesseerd. Er bleek sprake van een scheur in een pees van de spieren die rondom het schoudergewricht liggen. Nu kreeg de man wel een andere kamer, maar het kwaad was al geschied.

Wanneer een georganiseerde reis niet verloopt volgens de verwachtingen die de reiziger op grond van de reisovereenkomst redelijkerwijs mocht hebben (bijvoorbeeld bij een ongeval), is de reisor-ganisator verplicht de schade te vergoeden. De reisorganisator hoeft de schade echter niet te vergoeden wanneer de schuld van het ongeval bij de reiziger zelf ligt, de reisorganisator het ongeval niet had kunnen voorzien of voorkomen, of wanneer de schuld van het ongeval ligt bij een ander die niet bij de organisatie van de reis was betrokken (art. 7:507 BW).

De man vordert schadevergoeding van Corendon. Het Hof oordeelde dat een dergelijke lekkage het risico van een val door uitglijden na het do**hen vergroot en dus ook het risico van letsel als gevolg van een dergelijke val. De man mocht daarom redelijkerwijs verwachten dat de lekkage zou zijn uitgebleven of, in ieder geval, zou zijn verholpen binnen bekwame tijd nadat hij erover had ge-klaagd. Dit zou slechts anders zijn als in de badkamer toereikende veiligheidsvoorzieningen waren getroffen om uitglijden op een natte vloer te voorkomen. Die maatregelen waren er echter niet. Het Hof oordeelt dan ook dat Corendon tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de reisovereenkomst en Corendon moet de schade aan de man vergoeden.

04/09/2015

Voor mijn kantoor is een aparte Facebook pagina aangemaakt, waar ik regelmatig nieuwsberichten over letselschade zal plaatsen.

BAEN Advocatuur is een landelijk werkend kantoor dat gespecialiseerd is in aansprakelijkheidsrecht e

04/09/2015

Letselschade op vakantie

Op 30 juni 2015 heeft het Gerechtshof Amsterdam (zaaknummer: 200.160.691/01) een uitspraak gedaan over de aansprakelijkheid voor een ongeval dat tijdens vakantie in een hotel plaatsvond. Een echtpaar boekte bij reisorganisator Corendon een reis naar Macedonië om hun 40-jarig huwelijk te vieren. Bij de eerste keer do**hen in de badkamer van hun hotelkamer bleek dat de (net nieuw geplaatste) do**he lekte. Er ontstond een grote plas water in de badkamer, die op de vloer bleef staan. De vloer van de badkamer was betegeld en er lag geen rubberen antislip do**hemat. De man van het echtpaar heeft hierover geklaagd bij de plaatselijke vertegenwoordiger van Corendon en gevraagd om een andere hotelkamer. Een andere kamer werd geweigerd. Vier dagen later is de man na het do**hen, als gevolg van het water dat op de vloer van de badkamer stond, ten val gekomen en heeft zijn schouder geblesseerd. Er bleek sprake van een scheur in een pees van de spieren die rondom het schoudergewricht liggen. Nu kreeg de man wel een andere kamer, maar het kwaad was al geschied.

Wanneer een georganiseerde reis niet verloopt volgens de verwachtingen die de reiziger op grond van de reisovereenkomst redelijkerwijs mocht hebben (bijvoorbeeld bij een ongeval), is de reisorganisator verplicht de schade te vergoeden. De reisorganisator hoeft de schade echter niet te vergoeden wanneer de schuld van het ongeval bij de reiziger zelf ligt, de reisorganisator het ongeval niet had kunnen voorzien of voorkomen, of wanneer de schuld van het ongeval ligt bij een ander die niet bij de organisatie van de reis was betrokken (art. 7:507 BW).

De man vordert schadevergoeding van Corendon. Het Hof oordeelde dat een dergelijke lekkage het risico van een val door uitglijden na het do**hen vergroot en dus ook het risico van letsel als gevolg van een dergelijke val. De man mocht daarom redelijkerwijs verwachten dat de lekkage zou zijn uitgebleven of, in ieder geval, zou zijn verholpen binnen bekwame tijd nadat hij erover had geklaagd. Dit zou slechts anders zijn als in de badkamer toereikende veiligheidsvoorzieningen waren getroffen om uitglijden op een natte vloer te voorkomen. Die maatregelen waren er echter niet. Het Hof oordeelt dan ook dat Corendon tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de reisovereenkomst en Corendon moet de schade aan de man vergoeden.

04/09/2015

Ontwikkelingen smartengeld

Over de hoogte van het smartengeld in Nederland wordt de laatste tijd veel nagedacht en geschreven. In vergelijking met de ons omringende landen is het smartengeld in Nederland laag. Het hoogste bedrag dat in Nederland tot nu toe door een rechter aan smartengeld is toegewezen bedraagt € 150.000,- terwijl dat in Duitsland en Italië € 500.000,- is. De hoogte van het bedrag wordt in Nederland naar billijkheid vastgesteld (zie art. 6:106 BW) en is een vergoeding voor pijn, verdriet en gederfde levensvreugde. Het smartengeld heeft zowel de functie van compensatie als van genoegdoening. In de praktijk wordt er gekeken naar de bedragen die in het verleden in vergelijkbare gevallen zijn toegekend en die bedragen worden dan geïndexeerd naar de huidige tijd.

De afgelopen jaren is er nauwelijks iets veranderd in de hoogte van de toegekende bedragen en dit leidt tot toenemende kritiek. De critici zijn van mening dat de in rechte toegekende smartengeldbedragen in Nederland aanmerkelijk lager zijn dan in de ons omringende landen, dat de toegekende smartengeldbedragen niet zijn meegestegen met de inflatie en geen recht doen aan de - onder meer door de invoering van de euro - veranderde gevoelswaarde van geld. De rechters zijn gevoelig gebleken voor deze kritiek en hebben in een aantal uitspraken het smartengeld verhoogd met 10% (zie bijvoorbeeld Hof Arnhem-Leeuwarden 14-1-2014).

Prof. dr. L.T. Visscher, bijzonder hoogleraar Legal Economic Analysis of Tort and Damages aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, heeft een andere methode bedacht om het smartengeld vast te stellen. Hij maakt daarbij gebruik van informatie die al beschikbaar is in de gezondheidseconomie, de zogenaamde QALY-methode. Een QALY (Quality Adjusted Life Year) is een maatstaf waarmee de invloed van medische aandoeningen op de kwaliteit van leven wordt uitgedrukt. Door een geldswaarde aan QALY’s te koppelen, kan tot een bedrag aan smartengeld worden gekomen. Het smartengeld dat volgens deze methode wordt vastgesteld ligt veel hoger dan de gebruikelijke methode. Hoe rechters tegen deze berekening aankijken zal moeten worden afgewacht.

Door de Rechtbank Overijssel is op 23-2-2015 geoordeeld dat de duur van het leed slechts één van de omstandigheden is die bij de beoordeling van de hoogte van het smartengeld in aanmerking moet worden genomen. Het betrof een zaak waarbij een man op een zebrapad werd aangereden en als gevolg daarvan een hoge dwarslaesie opliep en na drie maanden overleed. Omdat de duur van het leed was beperkt tot drie maanden, was de aansprakelijke verzekeraar slechts bereid om € 30.000,- aan smartengeld te betalen (nadat zij eerder € 5.000,- had geboden). De rechtbank kende, rekening houdend met alle omstandigheden van het geval, een bedrag aan smartengeld toe van € 125.000,-.

Smartengeld heeft een hoogst persoonlijk karakter en komt alleen de gekwetste zelf toe. Een nabestaande heeft bijvoorbeeld geen recht op smartengeld; alleen in geval van shockschade is een smartengeldvergoeding voor derden mogelijk (zie bijvoorbeeld het Taxibus-arrest en de zaak van Maja Bradaric). Thans is een wetsvoorstel Zorg- en affectieschade aanhangig, waarbij een smartengeldvergoeding wordt geïntroduceerd voor nabestaanden in geval van overlijden en voor naasten in geval van ernstig en blijvend letsel. Het zijn vaste bedragen die variëren van € 12.500,- tot € 20.000,-. Of het wetsvoorstel het gaat halen zullen we moeten afwachten; eerder haalde een vergelijkbaar wetsvoorstel het in 2010 niet.

Adres

Servaasbolwerk 14
Utrecht
3512NK

Openingstijden

Maandag 08:30 - 17:30
Dinsdag 08:30 - 17:30
Woensdag 08:30 - 17:30
Donderdag 08:30 - 17:30
Vrijdag 08:30 - 17:30

Telefoon

+31303033609

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer BAEN Advocatuur nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact

Stuur een bericht naar BAEN Advocatuur:

Delen