05/09/2016
Gisteren heeft de NPO op Radio 1 in het programma "Reporter Radio" een stuk uitgezonden over de handelswijze van het CBR in het kader van de onderzoeken naar de rijgeschiktheid (http://www.npo.nl/reporter-radio/04-09-2016/RBX_KN_4190717).
Wij - als een in CBR-zaken gespecialiseerd kantoor - zijn blij dat er (eindelijk) aandacht komt voor deze procedure.
Het onderzoek naar de rijgeschiktheid wordt o.a. opgelegd aan mensen die:
- Bij aanhouding een ademalcoholgehalte hadden van 785 ug/l of meer;
- 3 keer worden aangehouden voor rijden onder invloed in 5 jaar tijd (waarvan minstens één keer als bestuurder van een motorrijtuig waarvoor een rijbewijs is vereist);
- de afgelopen 5 jaren al een EMA hebben gevolgd.
Het onderzoek kost in totaliteit bijna €1100,00 en duurt doorgaans rond de 5-10 minuten, waarvan bij sommige psychiaters een beginnend arts het grootste en belangrijkste deel van het onderzoek doet.
Uit onderzoek van de journalist zou zijn gebleken dat 80% van de betrokkenen bij het onderzoek wordt afgekeurd. Echter is het zo dat wij durven te stellen dat dit percentage nog aanzienlijk hoger zou zijn indien wij geen informatiebrochure zouden aanbieden. Van de mensen die niet - al dan niet door bestudering van de informatiebrochure - zijn voorbereid op het onderzoek, zakt ruim 90%, zo luidt onze schatting. Dit heeft ermee te maken dat het CBR en diens psychiaters een diagnose "alcoholmisbruik in ruime zin" hanteren.
Deze diagnose is geen geaccepteerde psychiatrische diagnose, maar een diagnose die door het CBR en diens psychiaters in het leven is geroepen. Om deze diagnose te kunnen stellen, hebben de psychiaters eigenlijk niet eens een onderzoek nodig. Zij hebben standaard cirkelredeneringen waarmee zij - of het nu op basis van een hoog alcoholgehalte (> 785 ug/l) of op basis van recidive is - iedere betrokkene, indien gewenst, kunnen afkeuren. Ook als die betrokkene totaal geen alcoholprobleem heeft en er sprake was van een incident. Wanneer echter enkel de aanhoudingsgegevens de grondslag vormen voor het onderzoek naar de rijgeschiktheid, is er vaak goed verweer te voeren op het besluit van het CBR. Dit verschilt echter wel per geval en per psychiater (sommige psychiaters maken er een zodanig psychiatrisch betoog van, dat het CBR en de rechters denken dat er veel gronden zijn voor de diagnose, hoewel dit er feitelijk slechts één is).
Het nadeel hierbij is dat het CBR vaak aanvoert dat het al dan niet stellen van een diagnose is voorbehouden aan "medisch specialisten" en dat iedere zaak "op zijn eigen merites dient te worden beoordeeld", waardoor jurisprudentie niet van toepassing zou zijn op een casus en waardoor het CBR nauwelijks kijkt naar de inhoud en onderbouwing van het rapport van de psychiater. Het komt zelfs voor dat het CBR een nadere onderbouwing geeft aan het rapport en daarbij zelf met "psychiatrische" argumenten komt om zijn besluit aanvullend te motiveren. De bezwaarprocedure tegen het CBR is derhalve ook lastig te voeren.
Het volgende probleem is dat rechters (in de beroepsprocedure of in het kader van een voorlopige voorziening) vaak ook uitgaan van de juistheid van het rapport van een psychiater, omdat deze geacht wordt deskundig te zijn in het kader van de onderzoeken naar de rijgeschiktheid. Daarbij heeft de hoogste bestuursrechter in Nederland - de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State - bepaald dat het niet aan het CBR, noch aan de bestuursrechter is om te beoordelen of voor een specialistisch rapport voldoende feitelijke grondslag bestaat. Een rechter mag enkel toetsen of een rapport naar inhoud of wijze van totstandkoming gebreken vertoont, inhoudelijk tegenstrijdig is of anderszins niet of niet voldoende concludent is.
Een bestuursrechter die onvoldoende ervaring heeft met deze procedures is echter vaak erg terughoudend in het toetsen van bevindingen en redeneringen van een psychiater, omdat zij niet op diens stoel wenst te gaan zitten. Dit kan anders worden indien de betrokkene (eiser in de beroepsprocedure) een contra-expertise van een onafhankelijke - niet aan het CBR verbonden - arts overlegt. Dat houdt in dat een andere psychiater de psychiater van het CBR bekritiseert, mede nu ook op grond van vaste jurisprudentie enkel een psychiater een andere psychiater van commentaar mag voorzien. Een rechter zal dan mogelijk haar twijfels krijgen bij de concludentie van het rapport van de psychiater van het CBR en derhalve diens redeneringen toetsen. Dit wordt echter niet door iedere rechter gedaan.
Kortom hebben het CBR en diens psychiaters een (volledig gestandaardiseerde) procedure ontwikkeld, waarin zij hun best doen zo veel mogelijk mensen als alcoholmisbruiker in ruime zin weg te zetten en daarmee zo veel mogelijk rijbewijzen ongeldig te verklaren. Deze mensen komen vervolgens in de "molen" van het CBR terecht en zitten in de (minstens 10) jaren daarna vast aan periodieke keuringen, die ook weer honderden euro's kosten. Aldus heeft het CBR een financieel belang bij het ongeldig verklaren van zo veel mogelijk rijbewijzen. Ook de psychiaters verdienen hier veel geld mee en hebben hier derhalve baat bij. Wij hebben zelfs bewijzen dat sommige psychiaters ("verkeerde") antwoorden in de mond leggen bij betrokkenen, zonder daarmee te willen zeggen dat iedere psychiater dit doet, maar hetgeen wel aantoont hoe deze procedures verlopen.
Doordat rechters marginaal toetsen en het CBR zelf achter zijn psychiaters blijft staan alsmede door het feit dat de hoogste bestuursrechter, de NVVP en de medische tuchtcommissie deze handelswijze goedkeuren, is er nauwelijks toezicht en controle op het CBR en diens psychiaters. Dit maakt wat ons betreft dat er een procedure is ontstaan die indruist tegen algemene rechtsbeginselen, tuchtrechtelijke regels en mogelijk zelfs Europees recht (nu de vraag kan worden gesteld of de onderzoeken naar de rijgeschiktheid op deze wijze geen punitief karakter hebben en derhalve kunnen worden aangemerkt als criminal charge in de zin van art. 6 EVRM), zoals eerder ook met het alcoholslotprogramma (ASP) is gebeurd.
Het wordt wat ons betreft tijd dat deze gang van zaken flink aan de tand wordt gevoeld. Mogelijk heeft deze uitzending daartoe een ingang in het leven geroepen. Wij zijn waar mogelijk bereid hieraan bij te dragen. Herkent u zich in bovenstaand verhaal? Meld dan uw zaak aan op onze website!
Onderzoeksjournalistiek over onderwerpen die voor iedereen relevant en herkenbaar zijn, op een toegankelijke manier. Iedere zondag tussen 19:00 en 20:00 uur. Reacties, vragen en tips: [email protected] of .