18/01/2016
Vlees noch vis
Het zal je maar overkomen! Je werkt sinds kort bij een bedrijf. Na werktijd als je het pand wilt verlaten, verzoekt iemand die zich uitgeeft als beveiliger je te fouilleren. Je bent de moeilijkste niet en bent op zich wel bereid dit te ondergaan, maar wilt wel even weten of deze beveiliger wel daartoe gerechtigd is en vraagt hem om zijn beveiligerspas, die hij verplicht is op verzoek te tonen. Tot je verbazing weigert deze ‘beveiliger’ dat, met als logisch gevolg dat ook jij verder je medewerking weigert en na enig verloop van tijd erop aandringt toch echt het pand te kunnen verlaten. Als ook dat geweigerd wordt, resteert niets anders dan de politie te bellen om op te treden tegen wederrechtelijke vrijheidsberoving. Na dat belletje kiest de beveiliger alsnog eieren voor zijn geld, toont zijn legitimatie, jij laat je fouilleren en je belt de politie dat alles is opgelost.
Treurig genoeg, maar uiteindelijk toch opgelost, zou je zeggen. Niet dus, want kennelijk is dat voor de werkgever voldoende reden om je in je proeftijd te ontslaan. En alsof dat nog niet genoeg is, ook voor een korting van 100% op de eerste maand bijstand, omdat je verwijtbaar niet je baan hebt behouden.
Dit overkwam een van mijn cliënten, reden voor een beroepsprocedure tegen het besluit van de sociale dienst, met als argument dat hier geen sprake was van verwijtbaar gedrag, nu hij bij zijn handelen volkomen in zijn recht stond. Dit standpunt werd door B&W en de rechtbank in bezwaar en beroep in het geheel niet gedeeld en zij handhaafden het besluit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde in hoger beroep genuanceerder. “Appellant komt het recht toe een beveiliger te verzoeken zijn legitimatiebewijs te tonen, alvorens visitatie door die beveiliger te ondergaan. Doordat de beveiliger het legitimatiebewijs aanvankelijk ten onrechte niet toonde, kwam appellant, zonder dat dit hem te verwijten is, voor de vraag te staan hoe hij daarop adequaat kon reageren”. Desondanks rekende de Centrale Raad cliënt toch aan dat hij na die weigering het pand direct zonder visitatie wilde verlaten en de politie belde toen hem dit werd verhinderd, omdat hij zich op die manier aan de huisregels onttrok en ook op andere wijze aandacht voor het onprofessionele gedrag van de beveiliger had kunnen vragen. Deze beredenering leidt ertoe dat de Centrale Raad de opgelegde sanctie met de helft verlaagt.