06/05/2026
De kantonrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 2 april 2026 een belangrijk onderscheid nog eens scherp neergezet bij uitval na een arbeidsconflict. In deze zaak stelde de werkgever dat slechts sprake was van “situatieve arbeidsongeschiktheid”, en er daarom geen recht op loon bestond.
De rechter maakt duidelijk wat daar juridisch onder moet worden verstaan. Wanneer klachten ontstaan door de werksfeer, bijvoorbeeld door een arbeidsconflict, wordt gesproken van situatieve arbeidsongeschiktheid. Dat begrip vormt echter geen zelfstandige juridische categorie, maar kan binnen twee verschillende wettelijke kaders vallen.
Als de werknemer daadwerkelijk ziek is geworden als gevolg van het arbeidsconflict, wordt de loonvordering beoordeeld op grond van artikel 7:629 BW. Is geen sprake van ziekte, maar kan de werknemer vanwege het arbeidsconflict redelijkerwijs niet werken, bijvoorbeeld wegens dreigende psychische of lichamelijke klachten, dan kan artikel 7:628 BW van toepassing zijn. Ook dan heb je recht op loon. Op grond van de wet heeft een werknemer namelijk altijd recht op loon, tenzij het niet werken in de risicosfeer van de werknemer ligt. Dat is [doorgaans] niet het geval bij een arbeidsconflict.
In deze zaak bleek uit het rapport van de arbodienst dat sprake was van medische klachten. Daarmee stond vast dat de werknemer ziek was in de zin van artikel 7:629 BW, ook al lag de oorzaak in het arbeidsconflict. De werkgever bleef daarom gehouden tot betaling van 90% van het loon.
ECLI:NL:RBDHA:2026:7547