06/02/2025
De aanzegverplichting:
Hierover berichtte ik eerder, maar nu met drie praktijkvoorbeelden.
Werkgevers zijn verplicht om op tijd (één maand voor het einde) aan een werknemer te laten weten of een tijdelijk contract wel of niet wordt verlengd. Dit moet schriftelijk op straffe van een boete van maximaal één maandsalaris.
Korte arbeidsovereenkomst = geen aanzegverplichting
Het contract van een werknemer van 7 maanden werd met een jaar verlengd. De derde en laatste arbeidsovereenkomst was voor 1 maand. Aan het eind vorderde de werknemer tevergeefs een aanzegvergoeding van een maandsalaris omdat de laatste arbeidsovereenkomsten korter dan 6 maanden duurde (zie artikel 7:668 lid 2 BW).
Schriftelijkheidsvereiste
Een andere werknemer had ook een arbeidsovereenkomst voor 7 maanden en werd eenmaal verlengd. De werknemer werd vervolgens ziek en de arbeidsovereenkomst eindigde van rechtswege. Van een aanzegging was geen sprake. Dit betekende volgens de rechter echter niet dat sprake was van een stilzwijgende verlenging. Wel was de aanzegvergoeding verschuldigd. De Hoge Raad heeft immers bepaald dat: “ook als voor de werknemer langs andere weg duidelijk was dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden voortgezet of de werknemer geen nadeel heeft geleden door het niet naleven van de schriftelijkheidseis, is de aanzegvergoeding verschuldigd.” Dit gold niet voor de gevorderde 8% vakantietoeslag, gezien de definitie van het loonbegrip in artikel 2 van het toepasselijke Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding.
Aanzegging in considerans vaststellingsovereenkomst
Een andere overeenkomst was van rechtswege beëindigd. Omdat de aanzegging niet separaat schriftelijk was bevestigd vorderde de werknemer een aanzegvergoeding, maar omdat de beëindiging in een overigens niet ondertekende overeenkomst stond wist de werknemer tijdig dat het contract niet zou worden verlengd.
De omstandigheid dat partijen over de beëindigingsovereenkomst geen overeenstemming hadden bereikt deed volgens de rechter niet af aan de schriftelijkheid van de mededeling.
Bronnen: Rechtbank Den Haag 6 juni 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:16351
Rechtbank Rotterdam 28 augustus 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:8252
Rechtbank Rotterdam 2 februari 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:981
HR 7 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1374
Call now to connect with business.