Bert Munneke

Bert Munneke Ik doe alleen strafzaken en zaken die daarmee te maken hebben. Heeft u zo'n zaak? Dan heb ik 24 jaar ervaring voor u!

29/06/2016

Verkeersongeval: artikel 6 Wegenverkeerwet (verkeersrecht, verkeersstrafrecht)

Mijn klant Piet krijgt een ongeluk binnen de bebouwde kom. Piet steekt met zijn auto een kruispunt over en rijdt daarbij een bromfietser aan. Piet had de bromfietser niet gezien. De bromfietser reed op een voorrangsweg (fietspad). De bromfietser heeft door het ongeluk zwaar lichamelijk letsel opgelopen.

De Officier van Justitie (OvJ) vervolgt Piet voor overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet. Piet moet dus bij de rechtbank komen.

Artikel 6 wegenverkeerswet verbiedt het een verkeersdeelnemer om zich zodanig te gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeluk plaatsvindt waardoor een ander (onder andere) zwaar lichamelijk letsel oploopt.
De OvJ verwijt Piet dat hij de bromfietser geen voorrang heeft verleend waarbij hij het kruispunt met onverminderde of een te hoge snelheid heeft genaderd en niet goed genoeg heeft gekeken of het fietspad wel vrij was.

De maximum snelheid ter plaatse was 50 km/uur. Maar bij het naderen van een kruispunt moet een automobilist de snelheid matigen.
Volgens de OvJ blijk uit de verklaring van getuige Jan dat Piet met een te hoge snelheid het kruispunt is overgestoken. Jan heeft verklaard dat hij destijds op zijn fiets reed (vlak)bij het kruispunt, dat hij snel moest doorfietsen om niet door Piet te worden geschept en dat Piet wel 50 km/uur reed. Kort daarna hoorde hij de klap van de botsing.

Piet en ik doen nader onderzoek. In de auto van Piet zat een kastje. En volgens de informatie van het kastje had Piet ruim voor het kruispunt te hard gereden. Maar ruim voor het kruispunt had Piet zijn snelheid teruggebracht tot ongeveer 30 kilometer per uur. En met deze snelheid heeft Piet het kruispunt overgestoken.

Tijdens de zitting vond de OvJ dat Piet toch veroordeeld kon worden. Daarbij verwees de OvJ naar de verklaring van Jan, want die verklaring “sprak boekdelen”. De OvJ vroeg om een forse werkstraf en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid.

Of er sprake is van schuld (in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet), hangt volgens vaste rechtspraak af van “het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval”.
Dat het ongeluk ernstige gevolgen heeft gehad (in deze zaak heeft de bromfietser zwaar lichamelijk letsel opgelopen), betekent nog niet dat de verdachte dus schuld heeft in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet.

Ik heb bij de rechtbank bepleit dat Piet moest worden vrijgesproken.
Piet heeft niet te hard gereden. Er moet meer waarde worden toegekend aan de objectieve gegevens van een kastje in de auto dan de subjectieve inschatting van een geschrokken getuige (Jan).
Verder was Piet ter plaatse bekend, heeft hij naar links en naar rechts gekeken, heeft hij zich door niets of niemand laten afleiden, was hij niet moe en hij was niet onder invloed et cetera.
De enige fout van Piet was dat hij geen voorrang heeft verleend. Het enkele feit dat Piet de bromfietser niet heeft gezien, is onvoldoende voor het aannemen van schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet.

Uitspraak van de rechtbank: vrijspraak.

Verkeersstrafrecht kan ingewikkeld zijn. Met behulp van een strafrechtadvocaat kan een verdachte (zo nodig) nader onderzoek laten doen en bezorgt hij/zij de OvJ een gelijkwaardige tegenstander. En dat is van groot belang voor de verdachte.

Eigenlijk doet een verdachte er zeer verstandig aan om vlak na het ongeluk geen verklaring bij de politie af te leggen, zonder (voorafgaande) bijstand van een strafrechtadvocaat. In de praktijk doet een verdachte meestal afstand van het recht op bijstand, terwijl een strafrechtadvocaat op dat moment de (vaak) emotionele verdachte kan wijzen op de valkuilen tijdens zo’n verhoor. Vaak gaat de rechtbank uit van de verklaring welke de verdachte bij politie heeft afgelegd, ook al zegt de verdachte tijdens zitting dat hij/zij door de emoties fouten heeft gemaakt of niet nauwkeurig (genoeg) is geweest.
Een ongeluk zit soms in een klein hoekje. U bent gewaarschuwd.

Bert Munneke
Strafrechtadvocaat te Beverwijk
0251-224646 (Dudink & Starink) of 06-30389469

26/04/2016

Opiumwet: ook een drugskoerier (bolletjesslikker) is een uitdaging


Natuurlijk verbiedt de wet de smokkel van drugs.
De meeste verdachten die een bekentenis afleggen, hebben gesmokkeld vanwege slechte financiële omstandigheden.
Soms zegt een verdachte dat hij alleen heeft gesmokkeld omdat hij ernstig is bedreigd. In dat geval doet hij dus een beroep op een strafuitsluitingsgrond (overmacht). Maar in de praktijk kan dit vaak niet aannemelijk worden gemaakt.
In dit soort situaties wordt de verdachte dus veroordeeld en komt het aan op de straf. En voor de straf heeft het OM richtlijnen en de rechtbank zogenaamde “Oriëntatiepunten” ontwikkeld.

OM:
https://www.om.nl/vaste-onderdelen/zoeken/@88253/richtlijn-25/
https://www.om.nl/vaste-onderdelen/zoeken/@88254/richtlijn-26/

Rechtbank:https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/Orientatiepunten-en-afspraken-LOVS.pdf

Soms hoor ik hoor collega’s wel eens zeggen dat deze zaken geen uitdaging (meer) zijn. Weet jij de hoeveelheid drugs, dan weet jij welke straf daar voor staat. Het is een kwestie van tabellen lezen, zo wordt wel eens geroepen.
Ik snap dit niet.
De richtlijnen en/of Oriëntatiepunten, bepalen slechts het uitgangspunt voor de straf. Daarnaast moet worden bekeken of er reden is om af te wijken van het uitgangspunt vanwege de (specifieke) omstandigheden van de zaak en/of persoon. Uiteraard zoek ik als advocaat met name naar argumenten om in het voordeel van een verdachte af te wijken. Maar ik sluit mijn ogen niet voor argumenten om in het nadeel af te wijken. Ik ben dus wel voorbereid als het OM tijdens de zitting met een hogere strafeis komt en heb daar dan dus een antwoord op.

Elke zaak heeft een eigen verdachte met een eigen verhaal. Daarom is het zeer belangrijk om tijdens het eerste gesprek na de aanhouding al goed naar een verdachte te luisteren en hem/haar goed te informeren en adviseren (consultatiebijstand).
Verder bezoek ik verdachten ook meerdere malen vóór een zitting en probeer, zo mogelijk, ook bewijstukken te verzamelen over de persoonlijke omstandigheden/het motief en/of vraag ik een voorlichtingsrapport van de reclassering aan.
Ik vind dat als een advocaat geen argumenten heeft gevonden om in het voordeel van een verdachte af te wijken, hij/zij gewoon niet goed genoeg heeft gezocht.

Natuurlijk lukt het niet altijd om “te scoren”. Maar elke maand, elke week of zelfs elke dag die ik er vanaf weet te praten is er wel één.
En zeker als er een goed resultaat komt, geeft dat weer extra energie voor een volgende klant.

Voorbeeld uit de praktijk:
Een man smokkelt eind 2015 ruim 2,2 kilo cocaïne. Volgens de Oriëntatiepunten van de rechtbank is dat goed voor 25 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De man verklaart uit zichzelf dat hij begin dat jaar ook een kilo heeft gesmokkeld. Hij is toen niet gepakt, maar heeft de beloning nooit ontvangen.
De man heeft financiële problemen en heeft bovendien chronische ziektes. Ik heb een reclasseringsrapport aangevraagd en heb zelf gezorgd voor allerlei medische stukken en referenties.
Uitspraak: 21 maanden gevangenisstraf waarvan 11 maanden voorwaardelijk (dus 10 maanden zitten). Een mooi resultaat!

De rechtbank publiceert ook zelf uitspraken (http://uitspraken.rechtspraak.nl/). Ik vind het jammer dat niet zo vaak uitspraken worden gepubliceerd waarvan in het voordeel van een verdachte wordt afgeweken van het uitgangspunt voor de strafmaat. Dit zal wel te maken hebben met de beeldvorming over straffen in Nederland.

Ook de zaak van een bekennende drugskoerier/bolletjesslikker is dus voor mij iedere keer weer een uitdaging. Zelfs na 24 jaar.

Heeft u problemen met de Opiumwet (invoer, uitvoer, handel, voorbereidingshandelingen, harddrugs, hennep(kwekerij) enzovoort)? Neem dan gerust contact met mij op.

Bert Munneke,
strafrechtadvocaat te Beverwijk

Er zijn vier basisdelicten met uitgangspunten geformuleerd. Bij enkele delicten geldt een verzwaarde recidiveregeling. In beslaggenomen drugs worden onttrokken aan het verkeer.

05/04/2016

Recidiveregeling rijbewijs (art. 123b Wegenverkeerswet)

Algemeen:

Sinds juni 2011 kent de Wegenverkeerswet een recidiveregeling voor “drankrijders”.
Deze regeling houdt kortweg in dat het rijbewijs van rechtswege ongeldig wordt indien iemand (als bestuurder van een motorvoertuig) binnen vijf jaar twee keer onherroepelijk wordt veroordeeld voor het rijden onder invloed. “Twee keer geel is rood”.
Voorwaarde is wel dat de tweede keer sprake is van een alcoholgehalte van minimaal 570 ug/l (1,3 ‰).
Een strafbeschikking van de Officier van Justitie wordt met een veroordeling door een rechter gelijkgesteld.

Het rijbewijs wordt van rechtswege ongeldig. Dat wil zeggen: zodra de tweede veroordeling onherroepelijk is (dus: er geen hoger beroep of beroep in cassatie meer loopt), verliest het rijbewijs automatisch zijn geldigheid. Als het OM de administratie op orde heeft, krijgt iemand nog wel een brief waarin melding wordt gemaakt van de ongeldigverklaring. Maar ook zonder deze brief is het rijbewijs ongeldig.

Naast de recidiveregeling krijgt iemand ook nog te maken met de strafrechter (de wet is overtreden, dus een geldboete of taakstraf en een rij-ontzegging) en met het CBR (ten behoeve van de verkeersveiligheid: een cursus of onderzoek). “Je wordt aan alle kante gepakt”, hoor ik klanten vaak zeggen. Soortgelijke opmerkingen hoorde ik in het verleden ook vaak bij de oplegging van het alcoholslotprogramma van het CBR, en daarna en daarnaast een straf van de strafrechter. Het alcoholslotprogramma bestaat al ruim een jaar niet meer.

Gevolg:

Als het rijbewijs ongeldig is geworden, dan mag iemand niet meer rijden. Om in het bezit te komen van een nieuw rijbewijs moet een volledig nieuw rijexamen worden afgelegd en moet worden voldaan aan de medische geschiktheidseisen.

Probleem is dat veel mensen niet weten dat in zo’n situatie het rijbewijs ongeldig is geworden.
Bij de eerste of tweede strafzaak wordt daaraan (bijna) nooit aandacht besteed. Sterker nog, er zijn rechters, officieren van justitie en advocaten die de recidiveregeling niet eens kennen.
En als het OM ook nog eens verzuimt om de brief te sturen over de ongeldigverklaring van het rijbewijs, dan weet iemand meestal niet dat hij niet meer mag rijden.

Als iemand wel rijdt, dan maakt hij zich schuldig aan een strafbaar feit indien hij weet of redelijkerwijs moet weten dat het rijbewijs ongeldig is verklaard. Hierbij kan het wel een grote rol spelen als iemand wel of niet is geïnformeerd, al dan niet via het briefje van het OM.
Uitgangspunt voor de strafmaat: 2 weken onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
In zo’n strafzaak kan veel worden verloren maar er is, met een juiste bijstand voorafgaande aan het verhoor bij de politie (consultatiebijstand), ook veel te winnen.

Het is ook belangrijk om zich te realiseren dat het rijden zonder geldig rijbewijs ook betekent dat iemand niet verzekerd is, althans uiteindelijk zelf voor de kosten opdraait. Als iemand een ongeluk veroorzaakt, dan kunnen de financiële gevolgen dus enorm zijn.

Tot slot:

Het staat niet ter discussie dat iemand met alcohol op niet moet gaan rijden.
Maar wetgeving dat weinig doordacht lijkt en slecht wordt uitgevoerd, verdient een kritische noot.

Mocht u zich ooit bevinden in een situatie waarin de recidiveregeling van de Wegenverkeerswet van toepassing is of lijkt, raadpleeg dan eerst een strafrechtadvocaat voordat u een verklaring bij de politie aflegt. Vertel in ieder geval niet (spontaan) dat u dit artikeltje heeft gelezen!

De recidiveregeling geldt ook voor andere situaties, bijvoorbeeld de weigering om mee te werken aan een blaastest.

Heeft u vragen over dit onderwerp of andere vragen over de Wegenverkeerswet? Neem gerust contact met mij op! Het eerste gesprek is altijd gratis.

Bert Munneke
Strafrechtadvocaat te Beverwijk

10/03/2016

Verhoorsbijstand: de eerste ervaring

Nee, de advocaat wordt voor of na het verhoor niet gevraagd of er vragen of opmerkingen zijn.
Ja, de stoel van de advocaat staat nog steeds in een hoekje achter de client, in plaats van er naast.
Ik heb de stoel naar voren geschoven, heb niet hoeven ingrijpen maar ik heb na afloop (zonder morren) wel tot drie keer toe het proces-verbaal van verhoor laten wijzigen.
De advocaat moet zich dus actief laten gelden. Dat is voor mij gelukkig geen probleem.

De tijd welke ik kwijt was voor verhoorsbijstand bij een simpele winkeldiefstal: 1 uur en 45 minuten, exclusief reistijd (50 minuten), inclusief wachten (25 minuten). Dit alles voor € 150, -.
Dit belooft nog weinig goeds voor verhoorsbijdstand bij "serieuze zaken". Het verhoor kost dan meer tijd en er zijn bijna altijd meerdere verhoren nodig (over meerdere dagen). En dat alles voor hetzelfde geld (€ 150, -).

Pfff. Gelukkig heb ik veel plezier in mijn werk.

25/02/2016

Verhoorsbijstand; bijstand door een advocaat tijdens een politieverhoor

Inleiding

Zowel kinderen (minderjarigen) als volwassenen hebben al enige tijd recht op consultatiebijstand.
Consultatiebijstand betekent dat een verdachte een advocaat raadpleegt (consulteert) vóór het eerste politieverhoor.

Daarnaast hebben kinderen recht op verhoorsbijstand.
Verhoorsbijstand betekent dat de advocaat ook bij het politieverhoor aanwezig is en de verdachte kan bijstaan.
Per 1 maart 2016 hebben ook volwassen recht op verhoorsbijstand. Dit is een gevolg van een uitspraak van de Hoge Raad (de hoogste rechter in Nederland) van eind 2015. De Hoge raad loopt hiermee vooruit op een wettelijke regeling, welke is opgelegd door “Europa”.

Verhoorsbijstand: bevoegdheden advocaat

De politie heeft de leiding over het verhoor.

De advocaat mag voorafgaande en na afloop van het verhoor opmerkingen maken en vragen stellen.
Maar in tegenstelling tot wat sommige van mijn collega’s in de media beweren, is dat niet het enige wat een advocaat kan en mag doen.

De advocaat kan tijdens het verhoor de politie er op wijzen dat de verdachte een vraag niet begrijpt, de politie ongeoorloofde druk uitoefent of dat een verdachte niet (langer) in staat is om te worden verhoord. Verder niets.
De advocaat kan wel vragen om het verhoor te onderbreken voor onderling overleg. Dit kan een waardevol zijn. Bijvoorbeeld, als de verdachte het tijdens het verhoor - om wat voor reden dan ook - “even moeilijk” heeft of als misschien de tactiek moet worden bijgesteld. De advocaat kan hier zelfs meerdere malen om vragen.

De advocaat zal ingrijpen als dat (in het belang van de verdachte) nodig is. Het zou kunnen dat hierover onenigheid ontstaat tussen de advocaat en de politie. Dit kan zelfs tot gevolg hebben dat de advocaat de verhoorruimte moet verlaten. Waarschijnlijk zal de politie dan proberen om de verdachte afstand te laten doen van het recht op (verdere) verhoorsbijstand of om (desnoods) een vervangende advocaat te laten komen. Mogelijk dat de politie dan zelfs de verdachte onder druk zal zetten door te zeggen dat het anders allemaal langer zal gaan duren en dat de verdachte dus misschien wel langer moet worden vastgehouden.
Bespreek deze mogelijkheid van te voren met uw advocaat.
Mijn advies: laat u niet door de politie verleiden maar beroep u op iedere vraag op uw zwijgrecht (als u dat al niet deed), zolang uw eigen advocaat niet bij het verhoor aanwezig mag zijn. Bovendien is het (in het algemeen) beter om langer vast te zitten dan een verklaring af te leggen waar de verdachte (mogelijk) nog jarenlang spijt van heeft.

De verhoorsbijstand moet zich in de praktijk nog bewijzen. Er is veel kritiek op de bevoegdheden van de advocaat, die (ook in de komende wetgeving) beperkter zijn dan “Europa” voorschrift. Van een rol van een actieve rechtsbijstandverlener tijdens het verhoor is geen sprake.
Maar ik verwacht dat alleen al de aanwezigheid van de raadsman al een psychologisch effect zal hebben.

Financiën: kosten en opbrengsten

De advocaatkosten van verhoorsbijstand worden door de overheid vergoed, als er sprake is van een aangehouden verdachte. Dus, een verdachte die tijdens het onderzoek/het verhoor door de politie “vast zit”.

De advocaat krijgt voor de verhoorsbijstand (afgerond) € 300, - voor “zware” zaken en € 150, - voor overige (de meeste) zaken. Deze vergoeding wordt maar één keer toegekend, dus ook als er twee, drie of nog meer verhoren nodig zijn. De meeste advocaten zijn het niet eens met deze vergoeding. In een gemiddelde zaak kan het zo maar voorkomen dat de advocaat moet werken voor maar een paar tientjes (bruto) per uur. Dat is niet eens kostendekkend.

Een verdachte die door de politie wordt uitgenodigd (“ontboden”) om op het bureau een verklaring af te leggen, moet zelf de advocaatkosten zelf betalen. De verdachte en de advocaat moeten dan samen een prijs afspreken.
Hetzelfde geldt indien iemand verdacht wordt van een “licht” vergrijp, waarvoor geen inverzekeringstelling mogelijk is.

Tot slot

Er zijn uitzonderingen op het recht op verhoorsbijstand.

Een verdachte kan afstand doen van het recht op verhoorsbijstand. De verdachte kan tijdens het verhoor hierop terug komen. In dat geval wordt alsnog de advocaat opgeroepen.

Verhoorsbijstand geldt niet alleen voor verhoren door de politie, maar door alle opsporingsinstanties.

Contact


Heeft u vragen?

Heeft u consultatie- of verhoorsbijstand nodig?

Bel mij of stuur mij een e-mail!

Bert Munneke, strafrechtadvocaat (Meerstraat 50 te Beverwijk)

04/02/2016

Laat nooit met u sollen! Neem een echte strafrechtadvocaat. No nonsence en altijd eerlijk.

29/01/2016

Een strafbeschikking of OM-zitting? Raadpleeg een advocaat!
Voorbeeld 2

Casus:

De baas heeft aangifte gedaan van diefstal in dienstbetrekking. Een van zijn werknemers heeft meerdere malen geld gestolen uit de kassa.
De baas heeft de werknemer weten te ontmaskeren omdat hij in het geheim een camera had geplaatst.
De werknemer heeft nog geprobeerd zijn hachje te redden, door te zeggen dat er geld is gewisseld en/of dat hij (per ongeluk) bij het wisselen fouten heeft gemaakt. Maar de beelden waren wel duidelijk.

OM-zitting:

De werknemer werd uitgenodigd om op gesprek te komen bij het OM. In de uitnodigingsbrief stond vermeld dat het OM “voornemens” was om een strafbeschikking uit te vaardigen. Met andere woorden, het OM had al een straf in gedachten. De werknemer vroeg mijn hulp.

Deze zaak:

Was er nog eer of resultaat te halen? Jazeker!

Nog los van een aantal formele punten, was het wel duidelijk dat de werknemer fout zat.

Ik heb kunnen aantonen dat de werknemer zijn baan definitief was kwijtgeraakt en geen recht had op een uitkering. Daarmee had het gezin van de werknemer dus zijn kostwinner verloren.
Vanwege gebrek aan geld, heeft de werknemer zijn huurhuis moeten opzeggen en heeft het gezin ergens anders onderdak moeten zoeken.
Door de hele situatie was de werknemer ook nog eens depressief geworden en zat hij aan de medicijnen.
Met andere woorden, was de werknemer door de gevolgen al niet genoeg gestraft? Wat was nog het nut van een extra straf van het OM?

Ik heb het OM tijdens de OM-zitting aan het denken gezet. Na intern overleg is alsnog besloten de zaak te seponeren (dus niet verder te vervolgen). Dus toch geen extra straf van het OM.

Heeft u een strafbeschikking of een uitnodiging voor een OM-zitting gehad? Leg het hoofd niet op het hakblok, maar sta op en bel mij op! In een telefoongesprek kan ik voor u inschatten of het zinvol is om een advocaat in te schakelen. Uiteraard kunnen wij ook een afspraak maken voor een gesprek bij mij op kantoor.

Bert Munneke, strafrechtadvocaat bij Dudink & Starink Advocaten

29/01/2016

Een strafbeschikking of OM-zitting? Raadpleeg een advocaat!
Voorbeeld 1

Casus:

Kroegbaas en klant hebben in de kroeg ruzie gekregen.
Volgens de kroegbaas was er in de kroeg nog niet zo veel aan de hand. Toen de klant naar buiten was gegaan, is de kroegbaas achter hem aangelopen om met hem te gaan praten. Eenmaal buiten, zou de klant hem hebben geslagen en geschopt. De kroegbaas heeft een bloedneus opgelopen, heeft aangifte gedaan van mishandeling en heeft een forse schadeclaim ingediend.
Volgens de klant werd de kroegbaas in de kroeg op een gegeven moment zo boos en onberekenbaar, dat hij alles met zijn mobiele telefoon is gaan filmen. Volgens de klant is hij in de kroeg door de kroegbaas aangevallen. De klant is vervolgens naar buiten gelopen. De kroegbaas is toen achter de klant aangelopen en heeft hem buiten met dienbladen geslagen. De Klant heeft zich zelf wel moeten verdedigen, door van zich af te slaan. De klant had diverse beurze plekken, waarvan dezelfde dag nog foto’s zijn genomen. De klant doet tegenaangifte en heeft de film en de foto’s bij de politie ingeleverd.
Een getuige (een bekende van de kroegbaas) kwam aanlopen en zag dat de heren buiten ruzie hadden. De getuige zag dat de klant met vuisten in het gezicht van de kroegbaas heeft geslagen.

De strafbeschikking:

Het Openbaar Ministerie (OM) kan in een aantal gevallen een strafzaak zelf afdoen door het uitvaardigen van een strafbeschikking. Een onafhankelijke rechter komt er dan niet meer aan te pas. Eigenlijk is het niet veel meer dan een ordinaire bezuinigingsmaatregel.

OM-zitting:

Soms wordt u uitgenodigd om op gesprek te komen bij het OM. In de uitnodigingsbrief staat dan vermeld dat het OM “voornemens” is om een strafbeschikking uit te vaardigen. Met andere woorden, het OM heeft u al schuldig verklaard voordat u uw weerwoord heeft gedaan.
En soms kan een strafzaak ook op deze manier worden afgedaan, maar zeker niet altijd.

Deze zaak:

Toen het OM de zaak had beoordeeld en de klant uitnodigde voor de OM-zitting, was de zaak in kennelijk het nadeel van de klant beslecht. Het was twee tegen één (het woord van de kroegbaas en de getuige tegen het woord van de klant) en de klant was dus dader.
De klant werd uitgenodigd voor een OM-zitting en vroeg mijn hulp.

Tijdens de OM-zitting bleek dat het OM de tegenaangifte van de klant niet kende (er is dus niets mee gebeurd). Het dossier vermelde wel dat de klant een film en foto’s had ingeleverd, maar er stond niet in wat daarop te zien was.
Het OM vraagt niet om aanvullende stukken of informatie, maar wilde de zaak gewoon afwikkelen.
Schrik niet; dit alles komt vaker voor dan u denkt.
Tijdens de OM-zitting heb ik de film en de foto’s laten zien en heb deze voorzien van commentaar.
De film en de foto’s bevestigden het verhaal van de klant. Het was de kroegbaas die de klant heeft aangevallen en niet andersom. De klant heeft zich alleen verdedigd en heeft daarbij kennelijk ook de neus van de kroegbaas geraakt.
Veder heb ik nog aangetoond dat de schadeclaim van de kroegbaas helemaal niets te maken had met deze zaak. Dus eigenlijk was hier sprake van een poging tot oplichting door de kroegbaas. Dit maakte dat de kroegbaas nog eens extra ongeloofwaardig was.

Het OM ging tijdens de zitting toch overstag. De strafzaak van de klant werd geseponeerd (niet verder vervolgd) vanwege zelfverdediging.
Verder heeft het OM beloofd werk te zullen maken van de tegenaangifte en heeft de klant alsnog als slachtoffer aangemerkt.
Van dader naar slachtoffer in 20 minuten. Dus geen straf, geen “strafblad” (en dus geen problemen met het aanvragen van een verklaring omtrent gedrag (VOG)), geen verplichte DNA-afname en de advocaatkosten zijn uiteindelijk nihil.

Heeft u een strafbeschikking of een uitnodiging voor een OM-zitting gehad? Laat niet met u sollen. Bel mij op!

Bert Munneke, strafrechtadvocaat bij Dudink & Starink Advocaten

Adres

Meerstraat 50
Beverwijk
1902DR

Website

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Bert Munneke nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact

Stuur een bericht naar Bert Munneke:

Delen