21/02/2020
LETSELSCHADE / AFFECTIESCHADE
Per 1 januari 2019 is de Wet Affectieschade van kracht. Vanaf dit tijdstip kan een in de Wet genoemde groep nabestaanden/verwanten van een slachtoffer (dodelijk of ernstig letsel) aanspraak maken op smartengeld, d.w.z. een schadevergoeding wegens het verdriet dat het toegebracht ernstig letsel c.q. overlijden van een naaste voor hem-/haarzelf heeft veroorzaakt, de zgn. affectieschade.
In de Wet worden concreet de bedragen genoemd waarop nabestaanden c.a. aanspraak kunnen maken. De bedragen lopen uiteen van € 12.500,00 tot € 20.000,00. Overigens – en dat wordt soms over het hoofd gezien – hebben deze nabestaanden c.a. ook recht op materiële schadevergoeding (!).
In de Wet worden een viertal categorieën nabestaanden c.a. genoemd, t.w. echtgenoot/echtgenote, kinderen, ouders, etc. terwijl daarnaast een niet benoemde groep nabestaanden c.a. aanspraak kan maken, t.w. nabestaanden c.a. die een nauwe persoonlijke relatie met het slachtoffer hebben/hadden. Deze rest categorie nabestaanden c.a. zal ongetwijfeld leiden tot procedures.
De Rechtbank Den Haag wees in haar vonnis van 10 februari 2020 een claim van een broer van een slachtoffer toe (niet behorende tot een in de Wet genoemde categorie). Het slachtoffer overleed door een steekpartij. Zij waren niet enkel broers, maar ook zeer goede vrienden met elkaar en ze woonden ook al jaren in hetzelfde huis. De broer kreeg een schadevergoeding van € 17.500,00 aan affectieschade toegewezen.
Claims kunnen door nabestaanden c.a. ook als civiele partij bij de behandeling van een strafzaak worden ingediend. In een zaak die werd behandeld door de (straf) Rechter in Noord-Holland werd een vordering van twee meerderjarige, uitwonende kinderen ten bedrage van € 17.500,00 (ouder was door een misdrijf overleden) toegekend (deze categorie – uitwonende kinderen – behoort wèl tot een in de Wet genoemde categorie).