31/03/2022
Als een verdachte berouw toont, levert dat soms een lichtere straf op. Maar hoe weet een rechter nou of iemand écht spijt heeft? Lees dit blogje van strafrechter Liesbeth Feuth:
‘Maar ik heb er spijt van!’, roept een verdachte die zijn straf aanhoort verontwaardigd. Tja… Als verdachten spijt betuigen, wegen rechters dat mee bij hun beslissing over de straf. De kans dat iemand opnieuw in de fout gaat, is misschien minder groot als zijn geweten zegt: dit had ik nooit mogen doen. De behoefte aan vergelding kan ook minder zijn. Maar de verdachte moet het wel menen. Heeft hij intussen contact gezocht met het slachtoffer? De schade vergoed? Aan spijt om een goede indruk te maken, hebben rechters geen boodschap.
Het valt soms niet mee om te doorgronden of berouw echt is of gespeeld. Tranen zijn niet altijd oprecht. En als iemand helemaal geen emoties toont, kan achter dat strakke uiterlijk best diepe schaamte schuilgaan.
Laatst maakte een verdachte het mij makkelijk. Iemand had gezien dat een onbekende over de schutting van de buurvrouw klom en wegrende. De buurvrouw constateerde dat haar tuindeur was opengebroken. Ze miste een sieraad. Tot zover geen bijzonderheden. Maar de volgende dag werd er aangebeld. Voor de deur stond een man die zei dat hij had ingebroken, niet meer in de spiegel kon kijken, het sieraad kwam terugbrengen en de schade wilde vergoeden. Hij had zich al bij de politie gemeld.
Mevrouw wilde voor de zekerheid een foto van zijn identiteitsbewijs maken. En die foto zat in mijn dossier. Ik zag een man die met het schaamrood op zijn gezicht zijn ID-kaart liet zien. Met zo’n houding heb ik uiteraard rekening gehouden; hij kreeg een lagere straf.