07/05/2026
De straf van Ali B. in hoger beroep uitgelegd ⚖️
Het Amsterdam heeft Ali B. vandaag in hoger beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar. Het hof acht een tweetal verkrachtingen bewezen.
Interessant aan deze zaak: de rechtbank legde een gevangenisstraf van 2 jaar op. In hoger beroep komt het gerechtshof tot een zwaardere bewezenverklaring én uiteindelijk 3 jaar gevangenisstraf. Dat laat precies zien waarom in het strafrecht vaak wordt gezegd: appelleren is riskeren. Het hof behandelt de zaak namelijk volledig opnieuw en kijkt zelfstandig naar het bewijs, verklaringen en de strafmaat. Een hogere straf in hoger beroep is dus zeker mogelijk.
Daarnaast is het opvallend dat de enorme -aandacht hem bij het hof niet heeft geholpen. Waar publieke aandacht soms strafvermindering kan opleveren, lijkt het hof dit juist te wijten aan Ali B. zelf.
De laatste mogelijkheid in het Nederlandse strafrechtstelsel is cassatie bij de Hoge Raad. De Hoge Raad kijkt niet opnieuw naar de feiten of naar de vraag wie de waarheid spreekt, maar beoordeelt uitsluitend of het recht juist is toegepast en of de procedure juridisch correct is verlopen.
En dan de vraag die ik veel voorbij zie komen: ‘hoeveel van die 3 jaar zit iemand tegenwoordig daadwerkelijk uit?’. Met de huidige regeling voor invrijheidsstelling geldt dat iemand in beginsel pas in aanmerking komt voor v.i. nadat twee derde van de straf is uitgezeten, waarbij maximaal 2 jaar voorwaardelijk kan zijn. Bij een gevangenisstraf van 3 jaar betekent dat concreet dat iemand in theorie na ongeveer 2 jaar detentie voorwaardelijk vrij kan komen, mits aan alle voorwaarden wordt voldaan en er geen redenen zijn om de v.i. uit te stellen of achterwege te laten. Gedrag tijdens detentie, risico’s en voorwaarden spelen daarin een belangrijke rol.