15/01/2026
Recent verleende mijn kantoor bijstand aan een verdachte die werd voorgeleid bij de onderzoeksrechter. Voor een strafrechtkantoor niets uitzonderlijks.
Opnieuw werd pijnlijk duidelijk werd hoe kwetsbaar verdachten zijn in de eerste, veelal cruciale uren van een strafprocedure — en hoe die kwetsbaarheid te vaak niet wordt beschermd, maar juist wordt benut dan wel misbruikt.
In dit dossier was er vooraf overleg met het kabinet van de onderzoeksrechter: een kantoormedewerker zou iets later dan het gevraagde uur aanwezig zijn.
Die informatie bereikte de politiediensten kennelijk niet.
Wat volgde, is ronduit problematisch:
Zonder enige vorm van overleg met de onderzoeksrechter - men had anders geweten dat een korte vertraging was aangekondigd - werd mijn cliënt door de politiediensten aangezet om afstand te doen van zijn recht op bijstand voor de voorleiding.
Dat dit kan gebeuren op het moment waarop de rechtsbescherming net maximaal hoort te zijn, zou iedereen in de strafrechtsketen ernstig moeten verontrusten.
Het dwingt tot een bredere vraag:
Als dit al gebeurt bij een voorleiding met een toezichthouder op het onderzoek binnen handbereik, wat gebeurt er dan op politiecommissariaten?
Cliënten rapporteren mij niet uitzonderlijk dat zij druk ervaren om geen advocaat te vragen voor bijstand bij het verhoor…
In dit concrete dossier werd alles gelukkig vastgelegd en konden de rechten van de verdachte worden gevrijwaard.
Het recht op bijstand en een verhoor zonder enige vorm van druk is geen voorrecht, maar het absolute minimum voor een rechtsstaat.
Dit bericht is geen aanval op individuen maar een schreeuw om aandacht voor de vaak kwetsbare verschoppelingen van onze samenleving.
Fundamentele rechten bestaan slechts in de mate dat zij actief worden gerespecteerd — ook wanneer dat "onhandig" is.
Vrouwe Justitia behoort geen blinddoek te dragen zodat ze blind kan blijven voor de excessen waar men nadien veelal tegen een bewijsprobleem aanloopt - en het kalf antigoongewijs vaak onherroepelijk verzopen is.