Vermeiren & Vanden Poel Advocatenkantoor

Vermeiren & Vanden Poel Advocatenkantoor Juridische dienstverlening op maat

Stel ons je vraag en wij kijken hoe we jou kunnen helpen.
16/06/2024

Stel ons je vraag en wij kijken hoe we jou kunnen helpen.

De wederbeleggingsvergoeding volgens het Hof van Cassatie Bij een vervroegde terugbetaling van uw krediet rekent de bank...
15/09/2020

De wederbeleggingsvergoeding volgens het Hof van Cassatie

Bij een vervroegde terugbetaling van uw krediet rekent de bank daarvoor doorgaans een wederbeleggingsvergoeding aan.

Indien uw krediet zich kwalificeert als een lening op interest is deze wederbeleggingsvergoeding beperkt tot zes maanden interest (art. 1907bis BW). Indien uw krediet zich kwalificeert als kredietopening is deze beperking van zes maanden interest niet van toepassing.

Zodoende geeft de kwalificatie van de kredietovereenkomst als lening op interest of kredietopening vaak aanleiding tot discussie.

In deze context heeft het Hof van Cassatie reeds een aantal uitspraken gedaan.

Bij arrest van 27 oktober 2011 stelde het Hof van Cassatie dat er geen sprake was van een kredietopening maar wel van een lening op interest, “ook omdat het ‘geen rekeningcourant (betrof) waarbij een bepaalde kredietlijn wordt toegestaan en die op elk ogenblik, tijdens de uitvoering van de overeenkomst, naar vrije keuze van de houder van de rekening een willekeurige debet- of creditstand kan vertonen, en waarbij de kredietgever zijn kredietvermogen ter beschikking stelt van een kredietnemer die er een beroep kon op doen zoals en wanneer hij dat nodig acht’.”

Bij arrest van 24 november 2016 bevestigde het Hof van Cassatie dat ook de zgn. funding loss-vergoeding die de banken aanrekenen bij vervroegde beëindiging van het krediet, terwijl de kredietovereenkomst die vervroegde terugbetaling niet toelaat, onderworpen is aan de beperking van art. 1907bis BW. Deze uitspraak was gunstig voor de kredietnemers aangezien de kredietgevers niet langer de toepassing van art. 1907bis BW konden uitsluiten.

Echter zijn er dit jaar twee uitspraken van het Hof van Cassatie waarmee het tij zich lijkt te keren in het voordeel van de kredietgevers.

Bij arrest van 27 april 2020 oordeelde het Hof van Cassatie dat de volgende omstandigheden, die klassiek werden aangehaald om te argumenteren dat een krediet een lening op interest betrof, niet doorslaggevend zijn en een kwalificatie als kredietopening niet beletten:
• dat een vergoeding verschuldigd is wanneer het kredietbedrag niet (volledig) zou worden opgenomen;
• dat de bestemming van de opgenomen gelden dient te worden aangetoond;
• dat een wederopname enkel mogelijk is met toestemming van de kredietgever; en
• dat een aflossingstabel voorziet in vaste periodieke aflossingen vanaf de eerste maand van de aflossingsperiode, wanneer een nieuwe aflossingstabel zou worden opgesteld indien het kredietbedrag niet volledig zou zijn opgenomen.
Het is onduidelijk welke andere elementen mogelijk dan wél nog doorslaggevend zijn voor de kwalificatie als een lening op interest.

Ook in een andere uitspraak van 18 juni 2020 heeft het Hof van Cassatie in het nadeel van de kredietnemer beslecht aangezien er werd geoordeeld dat een geldopneming krachtens een kredietopening geen geldlening doet ontstaan waarop art. 1907bis BW van toepassing zou zijn.

Wordt ongetwijfeld vervolgd…

21/10/2019

Even opfrissen : De invordering van onbetwiste geldschulden door ondernemingen (IOS-procedure)

Reeds sinds 2 juli 2016 bestaat de mogelijkheid voor ondernemingen om onbetaalde facturen ten aanzien van ondernemingen rechtstreeks via tussenkomst van de gerechtsdeurwaarder te innen, zonder eerst een gerechtelijke titel te bekomen.

Welke schuldvorderingen?

De procedure geldt enkel voor:
• Onbetwiste schuldvorderingen: facturen die betwist worden, komen dus niet in aanmerking.
• B2B-facturen: enkel facturen t.a.v. ondernemers en dus niet t.a.v. consumenten of de overheid.
• Facturen ten aanzien van ondernemingen in faillissement, WCO of collectieve schuldenregeling komen evenmin in aanmerking.

Wat kan ingevorderd worden?

Geldschulden, ongeacht het bedrag.
De bijkomende wettelijke verhogingen, de eventuele invorderingskosten en desgevallend intresten/schadebeding (beperkt tot 10% van de hoofdsom).

Hoe verloopt de procedure?

De procedure moet ingeleid worden via een advocaat, die op zijn b***t de gerechtsdeurwaarder inschakelt.

Eerst en vooral moet een advocaat nagaan of de voorwaarden van de IOS-procedure voldaan zijn. In bevestigend geval zal de advocaat de gerechtsdeurwaarder inschakelen.

De gerechtsdeurwaarder zal de schuldenaar eerst een ‘aanmaning tot betaling’ betekenen. Vanaf dan heeft de schuldenaar één maand de tijd om:
1. Ofwel te betalen
2. Ofwel een betalingsregeling te vragen
3. Ofwel te betwisten waarbij de schuldenaar binnen die maand de redenen van de betwisting moet opgeven. In dat geval stopt de procedure, en kan de schuldeiser de schuld enkel nog via de klassieke procedure voor de rechtbank invorderen.

Als één maand later blijkt dat de schuldenaar de ingevorderde schuld niet heeft betaald en er ook geen afbetalingsplan is overeengekomen en de ingevorderde schuld niet werd betwist, dan stelt de gerechtsdeurwaarder acht dagen na het verstrijken van de antwoordtermijn van één maand een proces-verbaal van niet-betwisting op, dat geldt als titel (ter vervanging van een klassiek vonnis) op grond waarvan de gedwongen uitvoering kan worden aangevat.

En wat met de kosten?

Zoals bij de klassieke procedure moet de schuldenaar instaan voor de betaling van de deurwaarderskosten die wel nog altijd moeten worden voorgeschoten. Bij IOS-procedure zullen de deurwaarderskosten wel lager liggen dan bij de klassieke procedure.

n tegenstelling tot wat het geval is bij de klassieke procedure is de schuldenaar in het kader van de IOS-procedure niet verplicht een forfaitaire tegemoetkoming in de advocatenkosten van de opdrachtgever/schuldeiser te betalen. Dit zal meestal niet opwegen tegen het tijdsvoordeel dat via de IOS-procedure kan gerealiseerd worden.

Peter VERMEIREN

01/02/2019

Hervorming van de (inning) van de rolrechten vanaf 01.02.2019

Vanaf 1 februari 2019 worden de rolrechten op een andere wijze geïnd. De rolrechten zijn niet langer verschuldigd op het ogenblik waarop de zaak op de rol wordt ingeschreven maar worden daarentegen pas opeisbaar ofwel (1) op het ogenblik dat de rechter in een eindbeslissing een (of meerdere) partij(en) veroordeelt tot de betaling van de rolrechten (of van hun deel erin) ofwel (2) op het ogenblik van de weglating of doorhaling van de zaak, ten laste van de partij die de zaak op de rol heeft doen stellen.

Ook het bedrag van de rolrechten werd aangepast:

-Vredegerechten en politierechtbanken: 50 euro -Rechtbanken van eerste aanleg en ondernemingsrechtbanken: 165 euro
-Hoven van beroep: 400 eur
-Hof van Cassatie: 650 euro

Ingeval van hoger beroep zal de griffier nagaan of de rolrechten voor de procedure in eerste aanleg werden betaald, bij gebreke waarvan geen inleidingsdatum zal worden bepaald.

Wanneer het rolrecht dat ten laste werd gelegd van de appellant niet werd betaald binnen een termijn van drie maanden die begint te lopen vanaf de beroepsakte wordt het aangevochten vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Peter Vermeiren

29/11/2018

Vlaams Woninghuurdecreet in werking vanaf 1 januari 2019

Recent werd het Vlaams Woninghuurdecreet bekrachtigd. Het treedt in werking op 1 januari 2019 en zal van toepassing zijn op alle vanaf 1 januari 2019 afgesloten schriftelijke woninghuurcontracten.

Het Decreet regelt nu de medehuur en maakt een onderscheid tussen enerzijds de “geïnstitutionaliseerde partnerrelaties”, zijnde de gehuwden en de wettelijke samenwoners, en anderzijds de "feitelijke samenwoners" waarbij het kan gaan om partnerrelaties maar ook om samenwonende vrienden en familieleden, die tezamen een huurovereenkomst afsloten.

Een andere wijziging is de verhoging van het maximale bedrag van de huurwaarborg van twee maanden naar drie maanden huur.

Het Decreet voorziet nu ook dat huurcontracten afgesloten vanaf 1 januari 2019 van rechtswege eindigen twee maand na het overlijden van de huurder. Ook wordt in een wederverhuringsvergoeding van één maand en een regeling aangaande de ontruiming van de woning voorzien.

Het Vlaams Woninghuurdecreet bevat ook een regeling voor het huren en verhuren van studentenkamers.

Hier een link naar de goedgekeurde tekst: http://docs.vlaamsparlement.be/pfile?id=1428174

Peter Vermeiren

16/10/2018

Collaboratieve onderhandelingen

Vanaf 1 januari 2019 is het mogelijk om te opteren voor collaboratieve onderhandelingen als alternatieve vorm van conflictoplossing waarbij buiten een gerechtelijke procedure om vertrouwelijke onderhandelingen worden gevoerd en de partijen worden begeleid door collaboratieve advocaten.

Een collaboratieve advocaat geniet een exclusief maar beperkt mandaat om een minnelijk akkoord trachten te bekomen. Indien de collaboratieve onderhandeling mislukt, mag de collaboratieve advocaat niet verder optreden voor zijn cliënt in het kader van een eventuele latere gerechtelijke procedure.

Elke vorm van geschil dat men kan oplossen met een dading kan het voorwerp zijn van de nieuwe collaboratieve onderhandelingsprocedure.

Een collaboratieve onderhandelingsprocedure is zowel mogelijk buiten enige gerechtelijke procedure als tijdens een gerechtelijke procedure, dit na een gezamenlijk verzoek van de partijen.

De collaboratieve onderhandelingen starten met de ondertekening van een zogenaamde “collaboratief onderhandelingsprotocol”. De ondertekening van dit protocol schorst de verjaringstermijn van de vorderingen van partijen voor de duur van de collaboratieve onderhandelingen.

Gelet op het vrijwillig karakter kan elke partij ook op elk ogenblik een einde maken aan de collaboratieve onderhandeling, zonder dat dit tot haar nadeel kan strekken.

Alle documenten en mededelingen die in het kader van de collaboratieve onderhandelingen worden opgemaakt zijn vertrouwelijk.

Indien de onderhandelingen succesvol zijn, dan leggen de collaboratieve advocaten het akkoord schriftelijk vast in een collaboratief onderhandeld akkoord.

11/10/2018

Het faillissement voor vrije beroepers.

Door nieuwe insolventiewet die in werking trad op 1 mei 2018 zijn insolventieprocedures niet langer op ‘handelaars’ maar wel op ‘ondernemingen’ van toepassing. Dit verruimd toepassingsgebied leidt ertoe dat ook de vrije beroepers het faillissement kunnen aanvragen.

De wet van omschrijft de ‘beoefenaar van een vrij beroep’ als:

“elke onderneming wiens activiteit er hoofdzakelijk in bestaat om, op onafhankelijke wijze en onder eigen verantwoordelijkheid, intellectuele prestaties te verrichten waarvoor een voorafgaande opleiding en permanente vorming is vereist en die onderworpen is aan een plichtenleer waarvan de nalevering door of krachtens een door de wet aangeduide tuchtrechtelijke instelling kan worden afgedwongen”

Bijgevolg zal naast de boekhouder, arts, advocaat of boekhouder onder meer ook de architect, kinesitherapeut, dierenarts of apotheker zich kunnen wenden tot de insolventieprocedures.

De vrij beroeper die voorheen met betalingsproblemen kampte en met inbeslagname kampte kon voor 1 mei 2018 enkel zijn toevlucht nemen in de collectieve schuldenregeling.

Vanaf 1 mei 2018 zal een vrij beroeper zijn toevlucht kunnen nemen op de gerechtelijke reorganisatie, waardoor zijn schulden tijdelijk worden bevroren om zijn activiteit alsnog te kunnen redden.

Baat deze maatregel niet, dan kan de vrije beroeper het faillissement aanvragen.

Wanneer tijdens de faillissementsprocedure blijkt dat er onvoldoende actief is om alle schulden te betalen, bestaat er een restschuld.

De vrij beroeper kan de kwijtschelding van deze restschuld verkrijgen.

Indien een schuldeiser de volledige of gedeeltelijke weigering van kwijtschelding vordert, wordt deze weigering maar toegekend indien blijkt dat de vrij beroeper kennelijke grove schulden heeft begaan.

Het is nu ook mogelijk dat de ondernemers na of zelfs tijdens de faillissementsprocedure een herstart nemen met een nieuwe activiteit waarbij de inkomsten van deze nieuwe activiteit buiten de curatele komen te vallen.

De insolventiewet voorziet bijzondere waarborgen opdat de plicht tot het bewaren van het beroepsgeheim of de vrije keuze van de patiënt of cliënt van de beoefenaar van een vrij beroep betrokken in een insolventieprocedure wordt beschermd.

25/09/2018
25/09/2018

Adres

Blaisantvest 82/001
Ghent
9000

Openingstijden

Maandag 09:00 - 18:30
Dinsdag 09:00 - 18:30
Woensdag 09:00 - 18:30
Donderdag 09:00 - 18:30
Vrijdag 09:00 - 18:30

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Vermeiren & Vanden Poel Advocatenkantoor nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Delen