11/10/2018
Het faillissement voor vrije beroepers.
Door nieuwe insolventiewet die in werking trad op 1 mei 2018 zijn insolventieprocedures niet langer op ‘handelaars’ maar wel op ‘ondernemingen’ van toepassing. Dit verruimd toepassingsgebied leidt ertoe dat ook de vrije beroepers het faillissement kunnen aanvragen.
De wet van omschrijft de ‘beoefenaar van een vrij beroep’ als:
“elke onderneming wiens activiteit er hoofdzakelijk in bestaat om, op onafhankelijke wijze en onder eigen verantwoordelijkheid, intellectuele prestaties te verrichten waarvoor een voorafgaande opleiding en permanente vorming is vereist en die onderworpen is aan een plichtenleer waarvan de nalevering door of krachtens een door de wet aangeduide tuchtrechtelijke instelling kan worden afgedwongen”
Bijgevolg zal naast de boekhouder, arts, advocaat of boekhouder onder meer ook de architect, kinesitherapeut, dierenarts of apotheker zich kunnen wenden tot de insolventieprocedures.
De vrij beroeper die voorheen met betalingsproblemen kampte en met inbeslagname kampte kon voor 1 mei 2018 enkel zijn toevlucht nemen in de collectieve schuldenregeling.
Vanaf 1 mei 2018 zal een vrij beroeper zijn toevlucht kunnen nemen op de gerechtelijke reorganisatie, waardoor zijn schulden tijdelijk worden bevroren om zijn activiteit alsnog te kunnen redden.
Baat deze maatregel niet, dan kan de vrije beroeper het faillissement aanvragen.
Wanneer tijdens de faillissementsprocedure blijkt dat er onvoldoende actief is om alle schulden te betalen, bestaat er een restschuld.
De vrij beroeper kan de kwijtschelding van deze restschuld verkrijgen.
Indien een schuldeiser de volledige of gedeeltelijke weigering van kwijtschelding vordert, wordt deze weigering maar toegekend indien blijkt dat de vrij beroeper kennelijke grove schulden heeft begaan.
Het is nu ook mogelijk dat de ondernemers na of zelfs tijdens de faillissementsprocedure een herstart nemen met een nieuwe activiteit waarbij de inkomsten van deze nieuwe activiteit buiten de curatele komen te vallen.
De insolventiewet voorziet bijzondere waarborgen opdat de plicht tot het bewaren van het beroepsgeheim of de vrije keuze van de patiënt of cliënt van de beoefenaar van een vrij beroep betrokken in een insolventieprocedure wordt beschermd.