18/11/2022
(BURGERMEESTER VAN) STAD ANTWERPEN TERUGGEFLOTEN DOOR RAAD VAN STATE. EINDELIJK LIK OP STUK VOOR DE TWIJFELACHTIGE PRAKTIJK VAN HET BESTUURLIJK IN BESLAG NEMEN VAN VOERTUIGEN
Zowel vanuit professioneel oogpunt als vanuit ons standpunt als maatschappelijk en politiek betrokken burger, is de toenemende tendens van openbare besturen om steeds verder buiten de lijnen te kleuren van de scheiding der machten, reeds enkele jaren een reden tot bezorgdheid.
De stad Antwerpen is daarin misschien een voorloper, doch zij is zeker niet alleen. GAS- en andere retributiereglementen worden gebruikt om bestraffend op te treden, zonder dat justitie daarbij dient te worden betrokken.
Zonder justitie betekent – zeker in gevallen als dit- evenwel vaak ook ‘zonder recht’. De scheiding der machten – nochtans elementair- wordt door vele openbare besturen blijkbaar hinderlijk gevonden.
In twee dossiers waarin ons kantoor optrad voor cliënten die van een dergelijke vorm machtsoverschrijding het slachtoffer werden, werd de betrokken bestuurlijke overheid door de Raad van State terug naar af gestuurd.
…
Na vaststellingen van verkeersovertredingen werd de personenauto van A.D. op 23 januari 2020 bestuurlijk in beslag genomen door de lokale politie.
Op 28 juni 2020 overkwam A.A. hetzelfde.
In beide gevallen besliste de burgemeester om het bestuurlijk beslag te verlengen en de vrijgave van de voertuigen o.a. te koppelen aan de verplichting om zich in te schrijven voor een sensibiliseringscursus en de betaling van de retributie voor de inbeslagname en de kosten voor de bewaring van het voertuig.
Voor zijn beslissing baseerde de burgemeester zich op de artikelen 133 en 135 van de Nieuwe Gemeentewet op basis waarvan hij de bevoegdheid heeft concrete maatregelen te nemen om de verstoring van de openbare orde en veiligheid te voorkomen en zo nodig te herstellen.
Het probleem in de meerderheid van dergelijke gevallen van bestuurlijke inbeslagname van de zogenaamde “patserbakken”, is echter dat er op het moment van de beslissing helemaal geen sprake meer is van een gevaar of verstoring van de openbare orde en veiligheid. Het bestuurlijk beslag wordt in deze gevallen overduidelijk enkel en alleen verlengd als bestraffing. Hetzelfde dient gezegd van de zogenaamde voorwaarden om aan dat beslag een einde te maken.
Evident mag de burgemeester zijn bevoegdheid om dergelijke maatregelen op te leggen niet misbruiken om burgers te bestraffen wanneer hij/zij dit nodig vindt. Dat is nog altijd de taak van justitie.
In twee recente arresten van 08.11.2022 heeft de Raad van State de stad Antwerpen om die reden terecht teruggefloten met het vernietigende oordeel dat “de bestreden beslissing niet [past] in het kader van een regelmatige – redelijke en evenwichtige – uitoefening” van haar bevoegdheden en dat het “er met de bestreden beslissing wezenlijk om te doen is om verzoeker te straffen en om hem letterlijk én figuurlijk een lesje te lezen”.
Het is evenwel de bestuurlijke overheid van de stad Antwerpen die in deze dus nog een lesje te leren had. In beide arresten besluit de Raad van State onomwonden dat “het […] een burgemeester evenwel niet toegelaten [is] om op grond van de artikelen 133 en 135 van de nieuwe gemeentewet bestraffend op te treden” en vernietigde daarom de beide beslissingen.
Openbare besturen staan niet boven de wet en ook zij dienen de scheiding der machten te respecteren, gelukkig maar.
Deze twee arresten van de Raad van State zijn dan ook een eerste stap in de goede richting om een halt toe te brengen aan de zorgwekkende tendens bij sommige openbare besturen om de grenzen hun bevoegdheden steeds flagranter met de voeten te treden of zelfs te misbruiken.
Of deze arresten bij een aantal openbare besturen ook zullen leiden tot een noodzakelijke mentaliteitswijziging en/of aanpassing van het beleid, blijft af te wachten. In een eerste reactie in de Gazet van Antwerpen reageerde de stad alvast terughoudend: https://www.gva.be/cnt/dmf20221117_96068783
Wij staan alleszins paraat en zullen blijven ijveren voor een correcte toepassing van de wet!